Art. 110 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, De rechtsingang, de verweren en het voldingen van de zaak

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

1. Elke rechtsingang voor de rechter in eerste aanleg vangt aan met een aan deze gericht verzoekschrift, door de eiser of diens daartoe gemachtigde ondertekend.

2. Indien de eiser niet kan schrijven, mag hij zijn vordering mondeling voordragen aan de rechter in eerste aanleg, die haar in geschrifte brengt of doet brengen. Deze bevoegdheid tot mondelinge voordracht geldt niet voor de gemachtigde.