Art. 30 Dienstplichtwet BES, Werkelijke dienst
De dienstplichtige kan, als hij voor groot verlof in aanmerking komt, in werkelijke dienst worden gehouden:
a. gedurende evenveel dagen als hij voor het ondergaan van straf, door ongeoorloofde afwezigheid of door desertie niet aan de dagelijkse dienst heeft deelgenomen;
b. zolang dit nodig is voor het ondergaan van straf of voor het onderzoek omtrent een strafbaar feit of een krijgstuchtelijk vergrijp waarvan hij verdacht of beklaagd wordt;
c. zolang het vertrek met groot verlof gevaar zou opleveren voor verspreiding van een in de etablissementen van de krijgsmacht heersende of geheerst hebbende besmettelijke ziekte.