Art. 40 Wet op het notarisambt BES, De akten en hun vorm, de minuten, grossen, afschriften en repertoria
1. Indien de doorhaling van woorden, letters, cijfers en leestekens in een akte nodig is, geschiedt dit op zodanige wijze, dat het doorgehaalde leesbaar blijft.
2. Het aantal wordt in de marge van de bladzijde naast de doorhaling met aanduiding van de regel waarin de doorhaling plaats heeft, vermeld.
3. Iedere vermelding wordt afzonderlijk, evenals de veranderingen en bijvoegingen ondertekend of geparafeerd, ofwel wordt het aantal doorgehaalde woorden, letters, cijfers en leestekens vóór het slot vermeld, mits de bladzijde en de regel worden aangeduid, waarin die voorkomen.