Art. 33 Wet op het notarisambt BES, De akten en hun vorm, de minuten, grossen, afschriften en repertoria
1. De akte wordt verleden in de taal, welke partijen verkiezen, mits de notaris en de getuigen, indien deze vereist zijn, deze verstaan en geen wettelijke regeling zich tegen de verkozen taal verzet.
2. Wanneer de verschijnende personen geen de notaris bekende taal verstaan, geeft een beëdigde vertaler, of onder bijzondere omstandigheden een door de notaris aan te wijzen vertaler, de verklaring van de verschijnende personen aan de notaris te kennen en vertolkt de akte daarna op een voor hen verstaanbare wijze. Van het te kennen geven van deze verklaring en vertolking wordt in de akte melding gemaakt.
3. De door de notaris aangewezen andere vertaler, bedoeld in het tweede lid, moet vooraf tegenover de notaris, naar de wijze van zijn godsdienstige gezindheid, de eed afleggen of de belofte doen zijn taak naar geweten te zullen vervullen.