Art. 23 Begrafeniswet BES, Van de begraafplaatsen
De onderlinge afstand der graven zoo aan het hoofd- en het voeteneinde als van de zijden bedraagt minstens 0,3 M.
De graven zullen ten minste 1 M diep zijn.
De bovenste of de eenige kist in een graf wordt met eene laag aangestampte aarde van minstens 0,65 M. bedekt.
Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op gemetselde grafkelders.