Art. 7 Besluit Pensioenwet BES, Vaststelling betrouwbaarheid
De Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 4, in aanmerking:
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
b. de belangen die de wet beoogt te beschermen; en
c. de overige belangen van het pensioenfonds en de betrokkene.