Art. 3 Wet identiteitskaarten BES
De identiteitskaart is ongeldig, indien:
a. de geldigheidsduur aangegeven op de kaart, welke niet meer dan vijf jaren mag bedragen, is verstreken.
b. het daarop vermelde niet langer in overeenstemming met de werkelijkheid is;
c. deze is beschadigd of het daarop vermelde geheel of gedeeltelijk onleesbaar is geworden;
d. in het daarop vermelde wijzigingen zijn aangebracht.