Art. 539 Wetboek van Koophandel BES, Van de arbeidsovereenkomst tussen zeewerkgever en schepelingen
1. Indien een voor bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking gedurende een reis van het schip wordt beëindigd zonder inachtneming van het daaromtrent bepaalde bij de arbeidsovereenkomst of bij de wet, is een schadeloosstelling verschuldigd, gelijk aan het bedrag van het voor de dienst aan boord van een schip in geld vastgestelde loon voor de tijd, dat de dienstbetrekking volgens de overeenkomst of volgens de wet had behoren voort te duren, doch niet langer dan drie maanden. Hetzelfde geldt wanneer de dienstbetrekking bij de reis is aangegaan.
2. Bij een dienstbetrekking, voor een onbepaalde tijd aangegaan, is de schadeloosstelling ten minste gelijk aan het bedrag van het voor de dienst aan boord van een schip in geld vastgestelde loon voor één maand.