Art. 274 Wetboek van Koophandel BES, Van de gekruiste cheque en van de verrekeningscheque
1. De trekker of de houder van een cheque is bevoegd deze te kruisen met de in het volgende artikel genoemde gevolgen.
2. De kruising geschiedt door het plaatsen van twee evenwijdige lijnen op de voorzijde van de cheque. Zij kan algemeen zijn of bijzonder.
3. De kruising is algemeen, indien zij tussen de twee lijnen geen enkele aanwijzing bevat, ofwel de vermelding: «bankier», of een soortgelijk woord; zij is bijzonder, indien de naam van een bankier voorkomt tussen de twee lijnen.
4. De algemene kruising mag worden veranderd in een bijzondere, maar de bijzondere kruising mag niet worden veranderd in een algemene.
5. De doorhaling van de kruising of van de naam van de aangewezen bankier wordt geacht niet te zijn geschied.