Art. 26 Auteurswet BES, De handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht

Auteurswet BES

1. Indien aan twee of meer personen een gemeenschappelijk auteursrecht op een zelfde werk toekomt, zal de uitoefening en handhaving van dat recht geschieden hetzij door alle rechthebbenden gezamenlijk, hetzij te hunnen behoeve door dengene, die daartoe is aangewezen door de rechthebbenden bij onderling goedvinden of, bij gebreke van overeenstemming, op verzoek van den meest gereeden belanghebbende, door den rechter in eersten aanleg van diens woonplaats.

2. Zijn aldus door twee of meer rechters in eersten aanleg aanwijzingen gedaan, dan heeft alleen de eerst gedane rechtsgevolgen.

3. Tegen de aanwijzing door den rechter in eersten aanleg staat geene hoogere voorziening open.

4. De rechthebbenden zijn bevoegd bij onderling goedvinden den door den rechter in eersten aanleg aangewezene ter zijde te stellen of door een ander te vervangen.