Art. 4 Wet opruiming van schepen en wrakken BES, Bevoegdheden van de beheerder ten aanzien van een schip

Wet opruiming van schepen en wrakken BES

1. Indien een schip dat zich in zee bevindt gevaar, schade of hinder veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, kan de beheerder aan de kapitein of de scheepsbeheerder van dit schip voorschriften stellen, houdende maatregelen ter voorkoming of beëindiging van dat gevaar, die schade of hinder.

2. De kapitein en de scheepsbeheerder zijn verplicht te voldoen aan de voorschriften, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien één van de personen, bedoeld in het tweede lid, voldoet aan de verplichting, bedoeld in het tweede lid, vervalt deze verplichting voor de andere.