Art. 6 Uitvoeringswet van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijk beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken BES
De rechter in eerste aanleg tot wie het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging werd gericht, neemt kennis van het geding, genoemd in artikel 14, tweede lid, van het verdrag. Dit geding schorst de werking van het verlof tot tenuitvoerlegging, tenzij de rechter anders beslist.