Art. 1 Arbeidsveiligheidswet BES

Arbeidsveiligheidswet BES

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

arbeid: alle werkzaamheden in een onderneming;

arbeider: een ieder die arbeid verricht.

2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden met een onderneming gelijk gesteld:

a. inrichtingen tot het verplegen van zieken;

b. inrichtingen tot het verzorgen van hulpbehoevenden;

c. alle inrichtingen, bedrijven of takken van dienst onder beheer van de overheid of van publiekrechtelijke lichamen;

d. inrichtingen of bedrijven van verenigingen of van stichtingen;

e. kantoren van personen, die een vrij beroep uitoefenen, van verenigingen en van stichtingen;

f. sociëteiten;

g. het uitvoeren in eigen beheer van de bouw, de aanleg, de verbouwing, de herstelling, het onderhoud of de sloping van gebouwen;

h. het in eigen beheer graven, boren, verbeteren, uitdiepen en onderhouden van putten, alsmede de uitvoering van andere grondwerken;

i. het uitvoeren van werken onder water.