Art. 18 Wet tot regeling van het toezicht op psychiatrische patiënten BES, Plaatsing en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis

Wet tot regeling van het toezicht op psychiatrische patiënten BES

De betrokken Gezaghebber is bevoegd, alvorens op het verzoek bedoeld in Artikel 13 te beschikken, den persoon, wiens plaatsing verzocht is, zijne bloedverwanten of aangehuwden, zijn echtgenoot, voogd of curator daarover te hooren, wat eerstgenoemde betreft zoo noodig in tegenwoordigheid van een geneeskundige door den Gezaghebber zelven aan te wijzen.

Wanneer de te hooren persoon niet ter plaatse aanwezig is, kan de betrokken Gezaghebber het verhoor aan den Gezaghebber van het openbaar lichaam, waar de woon- of verblijfplaats van den persoon gelegen is, opdragen.

Het bevel van den Gezaghebber kan, na een daarin te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden, niet meer ten uitvoer gelegd worden.