Art. 8 Subsidieregeling Huis voor democratie en rechtsstaat, Subsidievaststelling

Subsidieregeling Huis voor democratie en rechtsstaat

1. De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de Minister uiterlijk op 1 mei van het jaar na het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

a. het op het kalenderjaar betrekking hebbende jaarverslag, bedoeld in artikel 391, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met inbegrip van het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten ingevolge het desbetreffende jaarplan;

b. een beschrijving van de wijze waarop de kwaliteit van de activiteiten en prestaties is bewaakt;

c. de op het kalenderjaar betrekking hebbende jaarrekening, bedoeld in artikel 361, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

d. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3. De Minister beslist omtrent de aanvraag tot subsidievaststelling binnen 12 weken na ontvangst daarvan.