Art. 42 Advocatenwet BES, Het salaris van de advocaten
1. Hetzij bij de aanvang, hetzij gedurende het verloop van een zaak zijn de advocaten bevoegd van hun cliënten het storten van een zekere som ter bestrijding van verschotten en als voorschot op het salaris te vorderen.
2. Indien daarvoor redenen bestaan, is de advocaat bevoegd een nieuwe storting te vorderen; in geval van geschil daarover beslist daaromtrent de raad van toezicht of, in spoedeisende gevallen, de voorzitter van dat college.
3. De raad dan wel de voorzitter kan partijen in haar belangen horen.