Art. 4 Advocatenwet BES, De inschrijving en de beëdiging van de advocaten
1. Krachtens beslissing van het Hof van Justitie wordt een advocaat van de in artikel 2 bedoelde lijst van inschrijving afgevoerd, hetzij op eigen verzoek, hetzij ambtshalve dan wel op vordering van de procureur-generaal.
2. De afvoering van de lijst geschiedt ambtshalve, dan wel op vordering van de procureur-generaal:
a. bij overlijden van de advocaat;
b. indien de advocaat geen woonplaats meer heeft in Curaçao, Sint Maarten, of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
c. indien de advocaat een ambt of betrekking heeft aanvaard, waarmee de betrekking van advocaat onverenigbaar is;
d. indien blijkt dat een advocaat is ingeschreven terwijl hij niet voldeed aan de wettelijke vereisten;
e. wanneer de advocaat bij onherroepelijke uitspraak als zodanig van de lijst, bedoeld in artikel 2, is geschrapt.
3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, hoort het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alvorens een beslissing te nemen, de procureur-generaal.