Art. 3 Visserijwet BES, Algemene Bepalingen

Visserijwet BES

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van:

a. vistuigen waarmee het is toegestaan te vissen;

b. de te vangen vis.

2. Het is aan vergunninghouders verboden aan boord te hebben:

a. andere vistuigen, dan die waarmee het krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur is toegestaan te vissen;

b. andere vissoorten dan die waarop het krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur is toegestaan te vissen;

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, worden regels gesteld ten aanzien van de gegevens die door vergunninghouders dienen te worden bijgehouden en de wijze waarop dit dient te geschieden.