Art. 28e Regeling diervoeders 2012, Monitoring zoönotische salmonella
1. De producent en de leverancier, bedoeld in dit hoofdstuk, laten de monsters onderzoeken in een laboratorium.
2. De producent en de leverancier laten monsters waarin, na onderzoek als bedoeld in het eerste lid, de aanwezigheid van Salmonella is geconstateerd nader onderzoeken op de volgende serotypes:
a. Salmonella enteritidis;
b. Salmonella typhimurium;
c. Salmonella hadar;
d. Salmonella infantis;
e. Salmonella Virchow; en
f. Salmonella java.
3. De serotypering van de monsters, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats in een laboratorium dat daarvoor op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoria is erkend.