Bijlage B.3 Beleidsregels PT project- en exploitatiesubsidies 2010: beleidsregels PT project- en exploitatiesubsidies 2010 (Richtlijnen voor het opzetten van de begroting voor overige aanvragers)
Beleidsregels PT project- en exploitatiesubsidies 2010
Deze richtlijnen gelden voor de begroting bij aanvragen van organisaties of ondernemingen, anders dan onderzoeksinstellingen en dragende organisaties of daaraan gelijkgestelde organisaties. De aanvraag voor een projectbijdrage moet vergezeld gaan van een gespecificeerde begroting per uitvoerder per kalenderjaar. Als het project is verdeeld in twee of meer fasen met go/ no-go beslissingen, dan moeten de kosten per fase eveneens zichtbaar gemaakt worden. In de begroting worden de volgende posten onderscheiden: De kosten dienen exclusief BTW in de begroting te worden weergegeven. Indien en voor zover de BTW niet verrekend kan worden, wordt deze per post apart vermeld en wordt de reden van het niet verrekenbaar zijn bij de aanvraag aangegeven. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
- 1. Personele kosten;
- 2. Materiële kosten;
- 3. Implementatiekosten;
- 4. Apparatuurkosten en
- 5. Overige kosten.
- 1. Personele kosten Personele kosten tegen marktconforme tarieven dienen per activiteit in de begroting te worden gespecificeerd. Onder marktconform wordt verstaan de voor een bepaalde kwaliteit actueel laagst mogelijke kosten.
- 2. Materiële kosten De specifiek voor het project benodigde verbruiksartikelen.
- 3. Implementatiekosten Onder implementatiekosten worden de kosten verstaan die worden gemaakt voor het verspreiden en overdragen van kennis/ervaringen uit het project. Ook kosten in het kader van het voorbereiden van de daadwerkelijke invoering van de projectresultaten vallen hieronder. Voorbeelden van kostenposten zijn: publicaties, nieuwsbrieven, foldermateriaal, mailings, lezingen, expertmeetings, uitwisselingsbijeenkomsten en de organisatie van congressen. Hieronder vallen niet de personeelskosten als hiervoor bedoeld.
- 4. Apparatuurkosten Investeringen in materiële vaste activa dienen goed gemotiveerd te worden. Alleen kosten die specifiek voor het project worden gemaakt, zijn subsidiabel; interestkosten worden niet vergoed. De kosten van investeringen (afschrijvingen) kunnen in de projectkosten worden opgenomen naar rato van het gebruik hiervan. Voor afschrijvingen en het bepalen van de restwaarde wordt uitgegaan van de volgende methoden: Overige bepalingen:
- computerapparatuur: maximale fiscale afschrijving;
- overige apparatuur: lineaire afschrijving op basis van de economische levensduur.
- investeringen in materiële activa voor het project mogen gedurende de looptijd van het project worden afgeschreven tot maximaal de restwaarde; en
- indien de restwaarde vooraf niet te bepalen is dan dient de eventuele restwaarde aan het eind van het project in mindering te worden gebracht op de kosten.
- 5. Overige kosten Tot de overige kosten worden gerekend: reiskosten, kosten zoals het uitbesteden van analysewerkzaamheden, juridische advisering, accountantskosten en eventuele marketingadviezen, media-adviezen en mediakosten publiciteitscampagnes. NB: de begrotingsformulieren zijn gepubliceerd op www.tuinbouw.nl)