Bijlage B.2 Beleidsregels PT project- en exploitatiesubsidies 2010: beleidsregels PT project- en exploitatiesubsidies 2010 (Richtlijnen voor het opzetten van de begroting voor onderzoeksinstellingen)
Beleidsregels PT project- en exploitatiesubsidies 2010
Deze richtlijnen gelden voor de begroting bij projectaanvragen van onderzoeks- en onderwijsinstellingen. De aanvraag voor een projectbijdrage moet vergezeld gaan van een gespecificeerde begroting per uitvoerder per kalenderjaar. Als het project is verdeeld in twee of meer fasen met go/ no-go beslissingen, dan moeten de kosten per fase eveneens zichtbaar gemaakt worden. In de begroting worden de volgende posten onderscheiden: Onderstaand wordt op elk van deze posten nader ingegaan. De kosten dienen exclusief BTW in de begroting te worden weergegeven. Indien en voor zover de BTW niet verrekend kan worden, wordt deze per post apart vermeld en wordt de reden van het niet verrekenbaar zijn bij de aanvraag aangegeven. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
- 1. Personele kosten;
- 2. Facilitaire kosten;
- 3. Materiële kosten;
- 4. Implementatiekosten en
- 5. Overige kosten.
- 1. Personele kosten De personele kosten dienen per activiteit in de begroting te worden gespecificeerd. Hierbij wordt uitgegaan van de door de onderzoeksinstelling gehanteerde standaardtarieven voor: SWO = senior wetenschappelijk onderzoeker, WO = wetenschappelijk onderzoeker, TO = technisch onderzoeker OA = onderzoeksassistent, OP = ondersteunend personeel.
- 2. Facilitaire kosten Hieronder wordt ondermeer verstaan de kosten die betrekking hebben op het gebruik van kascompartimenten en proefvelden.
- 3. Materiële kosten De specifiek voor het project benodigde verbruiksartikelen.
- 4. Implementatiekosten Onder implementatiekosten worden de kosten verstaan die worden gemaakt voor het verspreiden en overdragen van kennis/ervaringen uit het project. Ook kosten in het kader van het voorbereiden van de daadwerkelijke invoering van de projectresultaten vallen hieronder. Voorbeelden van kostenposten zijn: publicaties, nieuwsbrieven, foldermateriaal, mailings, lezingen, expertmeetings, uitwisselingsbijeenkomsten en de organisatie van congressen. Hieronder vallen niet de personeelskosten als hiervoor bedoeld.
- 5. Overige kosten Tot de overige kosten worden gerekend: reiskosten, kosten zoals het uitbesteden van analysewerkzaamheden, juridische advisering, accountantskosten in verband met de subsidieverlening en eventuele marketingadviezen, media-adviezen en mediakosten publiciteitscampagnes.