Bijlage III Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2009: werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kalkoenkuikenbroederij
Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen (PPE) 2009
Dit werkvoorschrift beschrijft de monstername van dons, meconium, eierschalen en inlegvellen uit uitkomstladen in kalkoenkuikenbroederijen voor de verplichte monitoring. De monsters worden genomen door een medewerker van de kalkoenkuikenbroederij. Algemeen: Benodigdheden voor het nemen van monsters: Voor de monsters genomen onder A., B., C., D. en E. geldt vervolgens: Treedt in werking op het tijdstip waarop de Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij (PPE) 2009 in werking treedt.
- Monsters moeten te traceren zijn naar de stal(len) van herkomst;
- De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de kalkoenkuikenbroederij.
- steriele goed afsluitbare plastic zak of
- etiketten;
- steriele plastic handschoenen;
- inzendformulier.
- Per uitkomstkast worden uit tenminste 25 afzonderlijke uitkomstladen eierschalen bemonsterd;
- Per uitkomstlade wordt 10 gram gebroken eierschalen genomen;
- De 25 monsters van tenminste 10 gram worden fijngemalen en gemengd waarna hiervan een deelmonster van 25 gram wordt genomen;
- Het monster (in totaal 25 gram fijngemalen eierschaal) kan in één pot of zak verzameld worden;
- Het monster wordt genomen zonder de eierschalen met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen;
- Er wordt minimaal één verzamelmonster van zichtbaar met faeces (meconium) besmeurde inlegvellen genomen.
- Inlegvellen worden bemonsterd van uitkomstladen die aselect van 5 verschillende uitkomstladen of plaatsen in de uitkomstbroeder worden genomen.
- De bemonsterde inlegvellen hebben een gezamenlijk oppervlak van tenminste 1 m2.
- Indien de broedeieren van een koppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee over meer dan één broedmachine verdeeld zijn, wordt van iedere broedmachine een verzamelmonster genomen.
- Monstername dient te geschieden zonder de inlegvellen met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen
- De monsters kunnen in één pot of zak worden verzameld.
- Per uitkomstkast worden tenminste 5 donsmonsters genomen.
- Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de kast leeg is.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.
- De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.
- Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- Van één leverantie broedeieren dienen tenminste 250 meconiummonsters te worden verzameld.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.
- Monstername dient te geschieden zonder de meconiums met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen
- De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
- Van één leverantie broedeieren dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.
- Monstername dient te geschieden zonder de dode kuikens met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- Het monster wordt zodanig genomen dat niet met iets anders in aanraking wordt gekomen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.
- De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
- Iedere pot of plastic zak dient direct na het vullen zorgvuldig gesloten te worden.
- Elke pot of plastic zak moet van een etiket met de volgende gegevens worden voorzien:
- datum van monsterneming
- registratie-nummer (KIP-nummer) en naam van de broederij
- uitkomstkastnummer(s)
- De kalkoenkuikenbroederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:
- wie verantwoordelijk is voor de monstername
- hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd
- hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:
- naam en/of KIP nummer herkomstbedrijf
- bij monitoring koppelnummer(s)/stalnummer(s).
- Een afschrift van het formulier moet op de kalkoenkuikenbroederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.
- De monsters moeten binnen 24 uur verzonden zijn naar een erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- De ondernemer dient een registratie bij te houden per kalkoenkuikenbroederij, per vermeerderaar en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dienen minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringsonderzoeken en systeemcontrole).
- De monsters worden door een erkend laboratorium gedetecteerd op de aan- of afwezigheid van Salmonella. Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt door een erkend laboratorium bepaald om welk serotype het gaat. Detectie en serotypering geschieden volgens een door het bestuur van het productschap vastgestelde PVE branchemethode.