Bijlage A Regeling leerresultaten VO: : Berekening en correctie indicatoren; normering resultaten
Het onderbouwrendement wordt berekend door van elke leerling het verschil te nemen tussen de verwachte onderwijspositie op basis van het basisschooladvies, en de bereikte positie in het derde jaar. Daarbij wordt meegerekend of de leerling is blijven zitten en geldt als regel dat één jaar zittenblijven gelijk staat aan daling van één schoolsoort van de vijf onderscheiden schoolsoorten vmbo-basis, vmbo-kader, vmbo-gemengde of theoretische leerweg, havo en vwo. Aan elke schoolsoort wordt een scorepositie toegekend, die met gelijke afstanden omhoog loopt van vmbo-basis tot en met vwo. Indien de leerling is geïndiceerd voor leerwegondersteuning geldt dat indien de leerling gemiddeld een kwartjaar langer dan twee jaar over de onderbouw doet, een vergelijkbare prestatie is verricht aan de situatie waarin de leerling zonder indicatie voor leerwegondersteuning er twee jaar over doet. De op basis van deze uitgangspunten berekende score wordt met andere scholen vergeleken in de volgende scholengroepen. Binnen de scholengroep worden percentielscores berekend en vindt de normering vindt plaats met een relatieve norm. Hierbij worden de volgende scores toegekend. De scores 1 en 2 gelden als onvoldoende. Bij de indicator bovenbouwrendement gaat het om het aantal leerlingen dat onvertraagd vanaf het derde jaar zonder af te stromen het diploma haalt. Op basis van de in-, door- en uitstroomgegevens wordt per leerjaar het percentage leerlingen berekend dat aan het eind van het schooljaar is bevorderd. Daarbij wordt een leerling aangemerkt als te zijn bevorderd, indien deze aan het eind van het schooljaar is overgegaan naar het volgende leerjaar van dezelfde of een hogere opleiding. Voorts is op basis van de examengegevens ook het percentage geslaagde leerlingen berekend. In het vmbo zijn dus twee percentages berekend, namelijk het percentage bevorderd van leerjaar drie naar leerjaar vier en het percentage geslaagd. In het havo is één percentage meer berekend, namelijk het percentage be
- • Categorale vestiging voor vwo;
- • Vestiging voor Havo/vwo gecombineerd;
- • Categorale vestiging voor vmbo-(g)t (gemengde en theoretische leerweg);
- • Vestiging voor Vmbo-(g)t/havo gecombineerd, categorale vestiging voor havo en vestiging voor vmbo-(g)t, havo en vwo gecombineerd;
- • Vestiging voor vmbo-basis, vmbo-kader en vmbo-basis en -kader gecombineerd;
- • Vestiging met alle soorten voor vmbo-breed (basis, kader en g(t)) en vmbo-breed-havo gecombineerd;
- • Vestigingen met een aanbod van vmbo-basis tot en met vwo gecombineerd.
- • Percentiel 1–10: score 1
- • Percentiel 10–25: score 2
- • Percentiel 25–75: score 3
- • Percentiel 75–90: score 4
- • Percentiel 90–100: score 5
- • Percentiel 1–10: score 1
- • Percentiel 10–25: score 2
- • Percentiel 25–75: score 3
- • Percentiel 75–90: score 4
- • Percentiel 90–100: score 5
- • Percentiel 1–10: score 1
- • Percentiel 10–25: score 2
- • Percentiel 25–75: score 3
- • Percentiel 75–90: score 4
- • Percentiel 90–100: score 5