Bijlage 2 Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi: bij de Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
Versie 2.2 Datum 8 december 2014 Status DEFINITIEF Artikel 1 Definities 34 Artikel 2 Algemeen 34 Artikel 2.1 Doel 6 34 Artikel 2.2 Hardware koppeling 6 34 Artikel 2.3 Snelheidseis gegevenslevering 6 34 Artikel 2.4 Bestandsformaat 7 35 Artikel 2.5 Overbrengingsprotocol 7 35 Artikel 2.6 Totstandkoming gegevenslevering 7 35 Artikel 2.6.1 Periode gegevenslevering 7 35 Artikel 2.6.2 Verwerking gegevenslevering 9 37 Artikel 2.7 Authenticatie en autorisatie 10 37 Artikel 2.8 Integriteit 10 38 Artikel 2.8.1 Integriteit exportbericht 10 38 Artikel 2.8.2 Integriteit geregistreerde gegevens 14 41 Artikel 2.8.3 Processchema’s 15 42 Artikel 2.9 Foutafhandeling 19 44 Artikel 2.9.1 Functionele fouten 19 45 Artikel 2.9.2 Technische fouten 19 45 Artikel 2.9.3 Onvolledige gegevens 19 45 Artikel 2.10 Overige kenmerken 19 45 Artikel 3 Ritadministratie 20 45 Artikel 3.1 Gegevens en functionele en technische berichtstructuur 20 45 Artikel 3.2 Ritadministratie.xsd 22 47 Artikel 3.3 Volgorde gegevens 24 49 Artikel 3.4 Integriteit gegevens 24 50 Artikel 3.5 Overige kenmerken 25 50 Artikel 3.5.1 Naamgeving 25 50 Artikel 3.5.2 Berichtgrootte 25 50 Artikel 4 Arbeids-, rij- en rusttijden 25 50 Artikel 4.1 Gegevens en functionele en technische berichtstructuur 25 50 Artikel 4.2 Arbeidstijden.xsd 27 53 Artikel 4.3 Volgorde gegevens 29 56 Artikel 4.4 Integriteit gegevens 30 56 Artikel 4.5 Overige kenmerken 30 57 Artikel 4.5.1 Naamgeving 30 57 Artikel 4.5.2 Berichtgrootte 31 57 Artikel 5 Coördinaten 31 57 Artikel 5.1 Gegevens en functionele en technische berichtstructuur 31 57 Artikel 5.2 Coordinaten.xsd 32 58 Artikel 5.3 Volgorde gegevens 33 60 Artikel 5.4 Integriteit gegevens 33 60 Artikel 5.5 Overige kenmerken 33 60 Artikel 5.5.1 Naamgeving 33 60 Artikel 5.5.2 Berichtgrootte 33 60 Artikel 6 Gebeurtenis 34 60 Artikel 6.1 Gegevens en functionele en technische berichtstructuur 34 60 Artikel 6.2 Gebeurtenis.xsd 35 62 Artikel 6.3 Volgorde gegevens 37 63 Artikel 6.4 Integriteit gegevens 37 64 Artikel
- a. XML: eXtensible Markup Language;
- b. USB: Universal Serial Bus;
- c. ritadministratie.xsd: XML schema definitie van het resultaatbericht van de gegevenslevering ritadministratie;
- d. arbeidstijden.xsd: XML schema definitie van het resultaatbericht van de gegevenslevering Arbeids-, rij en rusttijden;
- e. coordinaten.xsd: XML schema definitie van het resultaatbericht van de gegevenslevering coördinaten;
- f. gebeurtenis.xsd: XML schema definitie van het resultaatbericht van de gegevenslevering gebeurtenis;
- g. onderzoek.xsd: XML schema definitie van het resultaatbericht van de gegevenslevering onderzoek;
- h. chauffeurskaartdata.xsd: XML schema definitie van het resultaatbericht van de gegevenslevering chauffeurskaartdata;
- i. bcttypes.xsd: XML schema definitie van de gegevenstypen die in de XML schema definities genoemd onder c. t/m h. worden gebruikt.
- a. de USB poort moet aantoonbaar compliant zijn met de specificaties zoals opgesteld door het USB Implementers Forum, Inc.;
- b. de USB poort is een USB type A connector.
- a. Bestand tot 3 Mbyte binnen 10 seconden;
- b. Voor iedere Mbyte die het bestand groter is kan de termijn met 3 seconden worden vergroot.
- a. zich met de boordcomputerkaart te authenticeren;
- b. de externe gegevensdrager met de overbrengingsinterface van de boordcomputer te verbinden;
- c. op de boordcomputer één of meerdere gegevensleveringen te selecteren. Standaard zijn alle gegevensleveringen waarvoor de gebruiker is geautoriseerd geselecteerd;
- d. op de boordcomputer een periode in te voeren waarover gegevens opgevraagd moeten worden voor de betreffende gegevenslevering(en).
- e. op de boordcomputer de betreffende gegevenslevering(en) over de ingevoerde periode met één gebruikershandeling starten.
- a. <SignedInfo> met daarin o.a. verwijzingen naar en de ‘message digests’ van het gegevenslevering-element respectievelijk het <KeyInfo> element,
- b. <SignatureValue> met daarin de elektronische handtekening over het <SignedInfo> element en
- c. <KeyInfo> met daarin een representatie van het certificaat behorende bij de sleutel die voor de handtekening werd gebruikt.
- a. de waarden op een gele achtergrond betreffen voorbeelden; deze waarden moeten door de boordcomputer berekend en/of bepaald worden;
- b. het gegevenslevering-element uit de omvattende <Envelop> bevat het resultaat bericht van een gegevenslevering en heeft een Id gelijk aan ‘idGegevenslevering’;
- c. het <KeyInfo> heeft een Id gelijk aan ‘idKeyInfo’;
- d. het <SignedInfo> element verwijst met twee <Reference> elementen naar twee te ondertekenen elementen op basisvan hun Id (zie de tekst op een blauwe achtergrond);
- e. zowel het gegevenlevering-element als het <KeyInfo>-element worden als volgt getransformeerd: eerst gecanonicaliseerd en daarna van alle overbodige witruimte ontdaan:
- 1. de witruimte van alle text() nodes worden genormaliseerd met normalize-space(.);
- 2. de (enige) text() node van elk element met Base64 gecodeerde inhoud wordt bovendien van alle (resterende) spaties ontdaan met translate(..., ‘ ’, ‘’) (zie de tekst op een groene achtergrond).
- f. het <DigestValue> element van het eerste <Reference> element moet worden gevuld met de Base64 codering van de SHA-256 hash van het (volgens e. getransformeerde) gegevenslevering-element;
- g. het <DigestValue> element van het tweede <Reference> element moet worden gevuld met de Base64 codering van de SHA-256 hash van het (volgens e. getransformeerde) <KeyInfo>-element;
- h. het <SignedInfo> element moet, zoals hierboven weergegeven, ontdaan van alle overbodige witruimte in de envelop worden opgenomen, omdat de XMLDSIG11 standaard niet voorziet in het toepassen van enige andere transformatie dan canonicaliseren van dit element;
- i. het <SignatureValue> element moet worden gevuld met de Base64 codering van de RSA-SHA256 (PKCS#1 v1.5) handtekening die berekend is over het (volgens h. opgemaakte en daarna gecanocaliseerde) <SignedInfo> element. Voor het opbouwen van deze handtekening wordt verwezen naar sectie 6.4.2 van XMLDSIG11;
- j. het <X509Certificate> element moet worden gevuld met de Base64 codering van het DER-gecodeerde certificaat behorende bij de RSA-sleutel waarmee de <SignatureValue> is berekend (in dit geval het boordcomputercertificaat);
- k. Alle canonicalisatie moet plaatsvinden conform ‘Exclusive XML Canonicalization Version 1.0, 18 July 2002’ (XML-EXC-C14N) met identifier http://www.w3.org/2001/10/xml-exc-c14n#;
- l. Alle XSL transformaties moeten plaatsvinden conform ‘XSL Transformations (XSLT) Version 1.0, 16 November 1999’ (XSLT) met identifier http://www.w3.org/TR/1999/REC-xslt-19991116 en de daaraan gerelateerde standaard ‘XML Path Language (XPath) Version 1.0, 16 November 1999’ met identifier http://www.w3.org/TR/1999/REC-xpath-19991116;
- m. Alle Base64 codering vindt in eerste instantie plaats op basis van de specificatie in XMLDSIG11;
- n. Voorafgaand aan hashing en/of ondertekening van een XML node moet die node worden gecanonicaliseerd volgens XML-EXC-C14N en moet:
- 1. elke text-node worden genormaliseerd volgens de XPath normalize-space functie;
- 2. elke text-node die Base64 gecodeerd is bovendien worden ontdaan van alle resterende spaties conform de XPath functie translate(string, ‘ ’, ‘’).
- a. Het eerste <Reference> element heeft een andere URI, namelijk ‘#idData’;
- b. De inhoud van het <X509Certificate> element representeert, afhankelijk van het gestelde in de artikelen 3.1, 4.1, 6.1, 7.1, respectievelijk 8.1, ofwel het boordcomputercertificaat ofwel het chauffeurskaartcertificaat.
- a. De PERIODE is het tijdvak waarover de gebruiker de ritadministratie heeft opgevraagd.
- b. RIT wordt per BESTUURDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- c. Er zijn 2 mogelijke waarden voor ‘Type rit’: ‘B’ voor een beladen rit en ‘O’ voor een onbeladen rit.
- d. De DATA van een RIT moet ondertekend worden met de elektronische handtekening van de boordcomputer om de integriteit van de ritgegevens achteraf te kunnen bepalen. Daartoe bevat INTEGRITEIT het attribuut ‘Elektronische handtekening boordcomputer’. Indien bij het genereren van de handtekening een gebeurtenis met foutcode S005 of F008 optreedt, wordt, in plaats van de handtekening, deze foutcode geregistreerd in het attribuut ‘Elektronische handtekening fout’.
- e. De Ritprijs is in eurocenten.
- f. Een kilometerstand wordt opgenomen als een geheel getal, afgerond of afgekapt op een hele kilometer.
- g. Voor een RIT wordt de bestuurder opgenomen in het bericht.
- h. Alleen als de chauffeurskaart niet beschikbaar is tijdens registratie van een RIT moet ‘Chauffeurskaart volgnummer’ van de BESTUURDER volledig gevuld worden met nullen.
- i. De attributen ‘Coördinaat eindpunt rit’, ‘Datumtijd einde rit’, ‘Km stand einde rit’, ‘Ritprijs’ en de entiteit INTEGRITEIT zijn verplicht tenzij de RIT nog niet is beëindigd.
- j. De mutatiecode van een RIT is ‘I’ als het volgnummer van de RIT voor de eerste keer wordt geregistreerd. De I staat voor Insert.
- k. Annuleren van de laatste handmatig ingevoerde ‘Aanvang rit’ is mogelijk. Het te annuleren record bevat alleen gegevens van het begin van de rit (‘Rit volgnummer’, ‘Mutatiecode’, ‘Datumtijd registratie’, ‘Type rit’, ‘Coördinaat beginpunt rit’, ‘Datumtijd begin rit’ en ‘Km stand begin rit’). Annuleren moet op de volgende manier worden aangegeven:
- 1. De gegevens van het te annuleren record worden ongewijzigd ondertekend met de elektronische handtekening van de boordcomputer.
- 2. Een nieuwe record wordt geregistreerd met de volgende gegevens: het volgnummer is gelijk aan het volgnummer van het te annuleren record uit k.1, mutatiecode is ‘D’, ‘Datumtijd registratie’ is het tijdstip van registreren van dit nieuwe record, en de waarden van de overige attributen zijn gelijk aan de waarden van de overeenkomstige attributen van het te annuleren record. Ook dit record moet ondertekend worden met de elektronische handtekening van de boordcomputer.
- l. Annuleren van de laatste handmatig ingevoerde ‘Einde rit’ is mogelijk. Het te annuleren record bevat zowel gegevens van het begin van de rit (‘Volgnummer’, ‘Mutatiecode’, ‘Datumtijd registratie’, ‘Type rit’, ‘Coördinaat beginpunt rit’, ‘Datumtijd begin rit’ en ‘Km stand begin rit’) als einde van de rit (‘Coördinaat einde rit’, ‘Datumtijd einde rit’, ‘Km stand einde rit’, ‘Ritprijs’). Annuleren moet op de volgende manier worden aangegeven:
- 1. De gegevens van het te annuleren record worden ongewijzigd ondertekend met de elektronische handtekening van de boordcomputer als dit nog niet is gebeurd.
- 2. Een nieuwe record wordt geregistreerd met de volgende gegevens: het volgnummer is gelijk aan het volgnummer van het te annuleren record uit l.1, mutatiecode is ‘D’, ‘Datumtijd registratie’ is het tijdstip van registreren van dit nieuwe record, en de waarden van de overige attributen zijn gelijk aan de waarden van de overeenkomstige attributen van het te annuleren record. Ook dit record moet ondertekend worden met de elektronische handtekening van de boordcomputer.
- 3. Een volgend nieuw record wordt geregistreerd met de volgende gegevens: het volgnummer is gelijk aan het volgnummer van het te annuleren record uit l.1, mutatiecode is ‘M’, ‘Datumtijd registratie’ is het tijdstip van registreren van dit nieuwe record, de waarden van de attributen ‘Type rit’, ‘Coördinaat begin rit’, ‘Datumtijd begin rit’ en ‘Km stand begin rit’ zijn gelijk aan de waarden van de overeenkomstige attributen van het te annuleren record, en de attributen ‘Coördinaat einde rit’, ‘Datumtijd einde rit’, ‘Km stand einde rit’ en ‘Ritprijs’ zijn initieel leeg om gevuld te worden bij het opnieuw uitvoeren van de handmatige actie ‘Einde rit’.
- m. het attribuut ‘Publieke sleutel boordcomputer’ dient te worden gevuld met het gehele X509 certificaat van de boordcomputer.
- a. RtVgNr
- b. MtCd
- c. DatTdReg
- d. Type
- e. LocBeg.Lat en LocBeg.Lon
- f. DatTdBeg
- g. KmStdBeg
- h. LocEnd.Lat en LocEnd.Lon
- i. DatTdEnd
- j. KmStdEnd
- k. Prijs
- l. Bestuurder.ChIdNr
- m. Bestuurder.CkVgNr
- a. De PERIODE is het tijdvak waarover de gebruiker de ritadministratie heeft opgevraagd.
- b. ARBEIDSTIJD wordt per BESTUURDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- c. RIJTIJD wordt per BESTUURDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- d. PAUZE wordt per BESTUURDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- e. ANDERE WERKZAAMHEDEN wordt per BESTUURDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- f. De DATA van ARBEIDSTIJD, inclusief bijbehorende voorkomens van RIJTIJD, PAUZE en ANDERE WERKZAAMHEDEN, moet ondertekend worden met een elektronische handtekening om de integriteit van de gegevens achteraf te kunnen bepalen. Indien de chauffeurskaart aanwezig is wordt getekend met de elektronische handtekening van de chauffeur, indien de chauffeurskaart niet aanwezig is wordt getekend met de elektronische handtekening van de boordcomputer. Indien bij het genereren van de handtekening een gebeurtenis met foutcode S005, S006, F008 of F009 optreedt, wordt, in plaats van de handtekening, deze foutcode geregistreerd in het attribuut ‘Elektronische handtekening fout’.
- g. De mutatiecode van een PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN is ‘I’ als het volgnummer van de PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN voor de eerste keer wordt geregistreerd. De I staat voor Insert.
- h. Annuleren van de laatste handmatige actie is mogelijk. Voor PAUZE en ANDERE WERKZAAMHEDEN moet dit op volgende manier worden aangegeven:
- 1. De bestaande PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN wordt niet gewijzigd.
- 2. Een nieuwe PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN wordt geregistreerd met het volgnummer van de PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN die geannuleerd moet worden.
- 3. Datumtijd registratie van de nieuwe PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN is het tijdstip van registratie van de nieuwe PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN.
- 4. Mutatiecode van de nieuwe PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN is ‘D’ om aan te geven dat de PAUZE of ANDERE WERKZAAMHEDEN met dit specifieke volgnummer geannuleerd moet worden.
- i. Ook in de taxivervoermodus zonder chauffeurskaart moeten ARBEIDSTIJD, RIJTIJD, PAUZE en ANDERE WERKZAAMHEDEN worden vastgelegd. Alle voorkomens van ARBEIDSTIJD, RIJTIJD, PAUZE en ANDERE WERKZAAMHEDEN die zijn vastgelegd zonder chauffeurskaart worden per VERVOERDER uitgeleverd voor een BESTUURDER met het handmatig ingegeven Chauffeursidentificatienummer en het Chauffeurskaart volgnummer gevuld met nullen.
- j. Een bericht bevat per BESTUURDER de optionele attributen ‘Publieke sleutel chauffeur’ en ‘Publieke sleutel boordcomputer’ waarvan precies 1 attribuut verplicht gevuld moet worden. Als de BESTUURDER bekend is moet het attribuut ‘Publieke sleutel chauffeur’ gevuld worden met het gehele X509 handtekeningcertificaat van de chauffeur, als de bestuurder onbekend is moet het attribuut ‘Publieke sleutel boordcomputer’ gevuld worden met het gehele X509 certificaat van de boordcomputer.
- k. Een bericht bevat per ARBEIDSTIJD de optionele attributen ‘Elektronische handtekening chauffeur’ en ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ waarvan precies 1 attribuut verplicht gevuld moet worden. Als de bijbehorende BESTUURDER bekend is moet het attribuut ‘Elektronische handtekening chauffeur’ gevuld worden, als de bestuurder onbekend is moet het attribuut ‘Elektronische handtekening boordcomputer’ gevuld worden.
- a. ArVgNr
- b. DatTdReg
- c. DatTdBeg
- d. DatTdEnd
- e. Rijtijd
- f. RtVgNr
- g. DatTdReg
- h. DatTdBeg
- i. DatTdEnd
- j. Pauze
- k. PzVgNr
- l. MtCd
- m. DatTdReg
- n. DatTdBeg
- o. DatTdEnd
- p. AdrWrkzmhdn
- q. AwVgNr
- r. MtCd
- s. DatTdReg
- t. DatTdBeg
- u. DatTdEnd
- a. De PERIODE is het tijdvak waarover de gebruiker de coördinaten heeft opgevraagd.
- b. COORDINAAT wordt per VERVOERDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- c. In werkingsmodus ‘Operationele modus’ is het attribuut ‘Werkingsniveau’ verplicht.
- d. Alle coördinaten met een datumtijd registratie die ligt voor het tijdstip van de laatste activering van de boordcomputer worden gegroepeerd bij dezelfde AUTO – VERVOERDER – ONDERNEMERSKAART combinatie waarbij ‘Kenteken’, ‘KvK-nummer’, ‘P-nummer’ en ‘Ondernemerskaart volgnummer’ worden gevuld met de lege string (‘’).
- e. Alle coördinaten die zijn geregistreerd na het tijdstip van de laatste activering worden geleverd met het kenteken van de auto, het KvK-nummer en P-nummer van de vervoerder en het volgnummer van de ondernemerskaart waarvoor de coördinaten zijn geregistreerd.
- f. Alleen de werkingsmodus ‘Operationele Modus’ kent meerdere werkingsniveaus. Bij de overige modi wordt werkingsniveau ‘Basis’ aangehouden.
- a. de PERIODE is het tijdvak waarover de gebruiker de gebeurtenissen heeft opgevraagd.
- b. GEBEURTENIS wordt per VERVOERDER uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- c. BESTUURDER is verplicht als tijdens het optreden van de gebeurtenis de werkingsmodus ‘Operationele Modus’ actief is in het werkingsniveau ‘Arbeidstijd’ of ‘Taxivervoer’.
- d. Alleen de werkingsmodus ‘Operationele Modus’ kent meerdere werkingsniveaus. Bij de overige modi wordt werkingsniveau ‘Basis’ aangehouden.
- e. De DATA van een GEBEURTENIS moet ondertekend worden met de elektronische handtekening van de boordcomputer om de integriteit van de gegevens achteraf te kunnen bepalen. Daartoe bevat INTEGRITEIT het attribuut ‘Elektronische handtekening boordcomputer’. Indien bij het genereren van de handtekening een gebeurtenis met foutcode S005 of F008 optreedt, wordt, in plaats van de handtekening, deze foutcode geregistreerd in het attribuut ‘Elektronische handtekening fout’.
- f. Het attribuut ‘Status rijden auto’ wordt ingevuld op basis van gegevens van de verplaatsingsopnemer.
- g. Een kilometerstand wordt opgenomen als een geheel getal, afgerond of afgekapt op een hele kilometer.
- h. Door het vullen van het attribuut ‘Aanvullende relevante informatie’ kan waar relevant aanvullende informatie worden toegevoegd voor een bepaalde code.
- i. Indien er geen bestuurder actief is tijdens registratie van een gebeurtenis moet BESTUURDER niet worden opgenomen in de registratie.
- j. Alleen als er een bestuurder actief, maar de chauffeurskaart niet beschikbaar is tijdens registratie van een GEBEURTENIS moet ‘Chauffeurskaart volgnummer’ van de BESTUURDER gevuld worden met nullen.
- k. Het attribuut ‘Publieke sleutel boordcomputer’ dient te worden gevuld met het gehele X509 certificaat van de boordcomputer.
- a. GbVgNr
- b. Code
- c. DatTdReg
- d. KmStd
- e. StRdnAt
- f. WrkngsMds
- g. WrkngsNv
- h. AanvInfo
- i. Bestuurder.ChIdNr
- j. Bestuurder.CkVgNr
- a. De PERIODE is het tijdvak waarover de gebruiker de gebeurtenissen heeft opgevraagd.
- b. ACTIVERINGSONDERZOEK wordt uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- c. PERIODIEK ONDERZOEK wordt uniek geïdentificeerd door een volgnummer.
- d. Constante boordcomputer is in impulsen per kilometer.
- e. Effectieve omtrek wielband is in millimeters.
- f. Bandenmaat is in inches.
- g. De DATA van een ACTIVERINGSONDERZOEK c.q. een PERIODIEK ONDERZOEK moet ondertekend worden met de elektronische handtekening van de boordcomputer om de integriteit van de gegevens achteraf te kunnen bepalen. Daartoe bevat INTEGRITEIT het attribuut ‘Elektronische handtekening boordcomputer’. Indien bij het genereren van de handtekening een gebeurtenis met foutcode S005 of F008 optreedt, wordt, in plaats van de handtekening, deze foutcode geregistreerd in het attribuut ‘Elektronische handtekening fout’.
- h. Een kilometerstand wordt opgenomen als een geheel getal, afgerond of afgekapt op een hele kilometer.
- i. Het attribuut ‘Publieke sleutel boordcomputer’ dient te worden gevuld met het gehele X509 certificaat van de boordcomputer.
- a. VgNr
- b. KmStd
- c. DatTdOndrzk
- d. CnstBCT
- e. EffOmtrkWlbd
- f. BdMt
- g. KpTxMtr
- h. Rslt
- i. Opm
- j. Werkplaats.ErkNr
- k. Werkplaats.KkVgNr
- a. De PERIODE bestrijkt het eerste tot en met het laatste record op de chauffeurskaart. De ‘Datumtijd begin periode’ en ‘Datumtijd einde periode’ in de gegevenslevering worden overgenomen uit ‘Chauffeursactiviteiten’ in de CHAUFFEURSKAARTDATA.
- b. ‘Chauffeursactiviteiten’ bevat de Base64 gecodeerde weergave van de binaire inhoud van het bestand ‘EF.Driver_Activity_Data’, overgenomen van de chauffeurskaart.
- c. ‘Boordcomputercertificaten’ bevat de Base64 gecodeerde weergave van de binaire inhoud van het bestand ‘EF.BCT_Certificates’, overgenomen van de chauffeurskaart.
- d. De DATA van CHAUFFEURSKAARTDATA moet ondertekend worden met de elektronische handtekening van de chauffeur om de integriteit van de gegevens achteraf te kunnen bepalen. Daartoe bevat INTEGRITEIT het attribuut ‘Elektronische handtekening chauffeur’. Indien bij het genereren van de handtekening een gebeurtenis met foutcode S006 of F009 optreedt, wordt, in plaats van de handtekening, deze foutcode geregistreerd in het attribuut ‘Elektronische handtekening fout’.
- e. Het attribuut ‘Publieke sleutel chauffeur’ dient te worden gevuld met het gehele X509 handtekeningcertificaat van de chauffeur.
- a. ChauffeursActiviteiten
- b. BCTCertificaten