Bijlage 1 Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi: bij de Regeling boordcomputer taxi
Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi
Versie 1.8 Datum 6 februari 205 Status Defnitief Artikel 1 Introductie 8 Artikel 2 Afkortingen, acroniemen, definities en referenties 8 Artikel 2.1 PP Referentie 8 Artikel 2.2 Claim voor voldoen aan de Common Criteria 9 Artikel 2.3 Notities 9 Artikel 2.4 Afkortingen en acroniemen 9 Artikel 2.5 Referentienormen 9 Artikel 3 Overzicht van de TOE 10 Artikel 3.1 Beschrijving van de TOE 10 Artikel 3.2 Levenscyclus van de TOE 11 Artikel 3.3 Entiteiten 13 Artikel 3.3.1 Subjecten – middelen 13 Artikel 3.3.2 Subjecten – gebruikers 14 Artikel 3.3.3 Objecten 14 Artikel 3.4 Begrenzingen van de TOE 16 Artikel 4 Beveiligingsprobleem 17 Artikel 4.1 Beveiligingsbeleid 17 Artikel 4.2 Aannames 19 Artikel 5 Beveiligingsdoelstellingen 19 Artikel 5.1 Beveiligingsdoelen voor de TOE 19 Artikel 5.2 Beveiligingsdoelen voor de omgeving 20 Artikel 6 Functionele beveiligingseisen 21 Artikel 6.1 Beveiligingsrollen 22 Artikel 6.2 Identificatie en Authenticatie 22 Artikel 6.3 BCT-toegangsbeleid 23 Artikel 6.4 Handtekeningen 25 Artikel 6.5 Beveiligingsaudit 26 Artikel 6.6 Bescherming van de BCT 28 Artikel 7 Garantieniveau 28 Artikel 8 Rationale 29 Artikel 8.1 Beveiligingsdoelstellingen 29 Artikel 8.1.1 Beveiligingsbeleid 29 Artikel 8.1.2 Aannames 30 Artikel 8.2 Beveiligingsdoelstellingen voor de TOE 30 Artikel 8.3 Afhankelijkheden 31 Deze bijlage is een beveiligingsprofiel (Protection Profile) voor de voertuigcomponenten van de boordcomputer in overeenstemming met de Common Criteria versie 3.1. Het beveiligingsprofiel geeft een beschrijving van het door de boordcomputer te implementeren beleid, de te realiseren beveiligingsdoelstellingen, en de te behalen beveiligingseisen, alsmede het vereiste garantieniveau voor de boordcomputer, zoals afgeleid is bij een eerdere afhankelijkheids- en kwetsbaarheidsanalyse. Dit beveiligingsprofiel voor de boordcomputer is opgesteld voor de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Dit document is het ‘Beveiligingsprofiel
- ○ is CC Deel 2 conform;
- ○ is CC Deel 3 conform;
- ○ is EAL3 conform;
- ○ claimt niet te voldoen aan andere beveiligingsprofielen;
- ○ vereist strikte conformering van andere beveiligingsprofielen (PPs) of beveiligingsspecificaties (STs) die aan dit beveiligingsprofiel willen voldoen.
- ○ Het SHA cryptografische algoritme voor hash functies zoals gedefinieerd in de ISO/IEC 10118-3, FIPS PUB 180-2 en ETSI TS 102 176-1 standaarden;
- ○ ETSI TS 101 733 Electronic Signature Formats en de FIPS PUB 186-2 standaarden voor elektronische handtekeningen;
- ○ De boordcomputer moet verhinderen dat een programmatuurrevisie die wel gevolgd moet worden door kalibratie kan worden geïnstalleerd zonder een voorafgaande succesvolle authenticatie met een keuringskaart.
- ○ De boordcomputer moet van elke aangeboden programmatuurrevisie en daarin opgenomen programmatuur vaststellen dat deze integer en authentiek is, alvorens deze te installeren.
- ○ De boordcomputer moet van elke aangeboden programmatuurrevisie middels een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde op versienummers gebaseerde controle vaststellen dat de programmatuurrevisie geschikt is voor het vervangen van de op de boordcomputer operationele programmatuur, alvorens de programmatuurrevisie te installeren.
- ○ De boordcomputer moet elke succesvol geïnstalleerde programmatuurrevisie direct na installatie in zijn geheugen registreren onder vermelding van de na installatie geldende basisgegevens, gebeurtenisgegevens en systeemgegevens.
- ○ Operationele modus basis: In ingeschakelde toestand registreert de TOE altijd de positie- en gebeurtenisgegevens. Direct na installatie van een programmatuurrevisie registreert de TOE de na installatie geldende basisgegevens, gebeurtenisgegevens en systeemgegevens. Indien een boordcomputerkaart is ingebracht registreert de TOE de identiteit van de kaarthouder;
- ○ Operationele modus arbeidstijd: Na een handmatige selectie van het werkingsniveau arbeidstijd, registreert de TOE de positie- en gebeurtenisgegevens en de arbeidstijdgegevens. Het werkingsniveau arbeidstijd wordt automatisch geselecteerd door het inbrengen van de chauffeurskaart, en kan zonder chauffeurskaart handmatig geselecteerd worden na het invoeren van een burgerservicenummer. Indien een boordcomputerkaart is ingebracht registreert de TOE de identiteit van de kaarthouder, indien identificatie plaatsvindt met een burgerservicenummer, dan registreert de TOE dit burgerservicenummer;
- ○ Operationele modus taxivervoer: Na een handmatige selectie van het werkingsniveau taxivervoer, registreert de TOE de positie- en gebeurtenisgegevens, de arbeidstijdgegevens en de ritgegevens. Indien een boordcomputerkaart is ingebracht registreert de TOE de identiteit van de kaarthouder, indien identificatie plaatsvindt met een burgerservicenummer, dan registreert de TOE dit burgerservicenummer;
- ○ Controlemodus: De TOE registreert de positie- en gebeurtenisgegevens en de identiteit van de kaarthouder;
- ○ Activering/keuringsmodus: De TOE registreert de positie- en gebeurtenisgegevens en de identiteit van de kaarthouder. Direct na installatie van een programmatuurrevisie registreert de TOE de na installatie geldende basisgegevens, gebeurtenisgegevens en systeemgegevens;
- ○ Bedrijfsmodus: De TOE registreert de positie- en gebeurtenisgegevens en de identiteit van de kaarthouder.
- ○ wijzigingen van de gegevens detecteerbaar zijn;
- ○ de gegevens onweerlegbaar gekoppeld zijn aan de TOE;
- ○ de gegevens onweerlegbaar gekoppeld zijn aan de houder van een boordcomputerkaart.
- ○ Selecteren van de juiste werkingsmodus;
- ○ Activering, deactivering en onderzoek van de TOE;
- ○ Instellen van de bedrijfsvergrendeling;
- ○ Detecteren en registreren van storingen1Een storing treedt op wanneer een onderbreking in de correcte werking van de boordcomputer door een gebeurtenis of fout een permanent karakter heeft.;
- ○ Detecteren en registeren van fouten2Een fout treedt op wanneer de correcte werking van de boordcomputer gedurende korte tijd wordt onderbroken.;
- ○ Detecteren en registeren van gebeurtenissen;
- ○ Gegevens tonen op een leesvenster;
- ○ Gegevens overbrengen van en naar een externe gegevensdrager;
- ○ Gegevens overbrengen van de chauffeurskaart naar de TOE;
- ○ Gegevens overbrengen naar een externe inrichting;
- ○ Gegevens beschikbaar stellen t.b.v. een printer;
- ○ Geven van waarschuwingssignalen
- ○ Programmatuurrevisies overbrengen van externe updatemiddelen naar de TOE;
- ○ Programmatuur van de TOE updaten met programmatuur uit een programmatuurrevisie.
- ○ Geen kaart, geen andere authenticatie:
- ○ systeemgegevens naar een leesvenster.
- ○ Geen kaart, authenticatie op basis van burgerservicenummer:
- ○ systeemgegevens naar een leesvenster;
- ○ ritgegevens van de huidige sessie naar een leesvenster;
- ○ arbeids-, rij- en rusttijden van de huidige sessie naar een leesvenster;
- ○ ritgegevens van de huidige sessie naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ arbeids-, rij- en rusttijden van de huidige sessie naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ Chauffeurskaart:
- ○ systeemgegevens naar een leesvenster;
- ○ eigen ritgegevens naar een leesvenster;
- ○ eigen arbeids-, rij- en rusttijden naar een leesvenster;
- ○ eigen arbeids-, rij- en rusttijden naar de chauffeurskaart;
- ○ eigen ritgegevens naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ eigen arbeids-, rij- en rusttijden naar een uitvoerinterface voor een printer.
- ○ Inspectiekaart: alle gegevens met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens,
- ○ naar een leesvenster;
- ○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ naar een extern handhavingsmiddel.
- ○ Keuringskaart: alle gegevens met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens,
- ○ naar een leesvenster;
- ○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ naar een extern kalibratiemiddel.
- ○ Keuringskaart, na actieve handeling gevolgd door Inspectiekaart: de positiegegevens naar een extern handhavingsmiddel.
- ○ Ondernemerskaart: alle gegevens vastgelegd in de bedrijfsvergrendeling voor de desbetreffende vervoerder met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens,
- ○ naar een leesvenster;
- ○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ naar een extern bedrijfsmiddel.
- ○ Ondernemerskaart: systeemgegevens
- ○ naar een leesvenster;
- ○ naar een uitvoerinterface voor een printer;
- ○ naar een extern bedrijfsmiddel.
- ○ de systeemgegevens en
- ○ alle gegevens vastgelegd in de bedrijfsvergrendeling voor een bepaalde vervoerder met uitzondering van positiegegevens en beveiligingsgegevens
- ○ de TOE voor de betreffende vervoerder vergrendeld is en
- ○ de TOE, als onderdeel van de bedrijfsgegevens, beschikt over een unieke autorisatie voor deze uitvoer die
- ○ een nog niet verstreken geldigheidsperiode voor deze uitvoer vermeldt.
- ○ Keuringskaart:
- ○ variabele systeemgegevens van het bedieningspaneel;
- ○ variabele systeemgegevens van een extern kalibratiemiddel.
- ○ Ondernemerskaart:
- ○ bedrijfsgegevens van het bedieningspaneel;
- ○ bedrijfsgegevens van een extern bedrijfsmiddel.
- ○ Programmatuurrevisies invoeren van een extern updatemiddel;
- ○ Bedrijfsgegevens, waaronder unieke autorisaties voor gegevensuitvoer zoals vermeld onder P.UITVOEREN_GEGEVENS, invoeren van een extern bedrijfsmiddel (op afstand of lokaal), indien
- ○ de TOE voor de betreffende vervoerder vergrendeld is en
- ○ de bedrijfsgegevens zijn ondertekend door een ondernemerskaart van die vervoerder.
- ○ de programmatuurrevisie integer en authentiek is,
- ○ uit het corresponderen van het versienummer van de op de TOE operationele programmatuur met de door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde invulling van O.VERVANGBARE_VERSIES blijkt dat de programmatuur uit de programmatuurrevisie geschikt is voor het updaten van de in de TOE operationele programmatuur en
- ○ een van de volgende situaties van toepassing is:
- ○ op de TOE is een werkplaatssessie actief of
- ○ op de TOE is geen gebruikerssessie actief en uit de door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde invulling van O.KALIBRATIEINDICATIE blijkt dat het updaten niet gevolgd hoeft te worden door kalibratie van de TOE.
- ○ een door de eigenaar van de boordcomputerkaart in te brengen PIN;
- ○ een op de boordcomputerkaart aanwezig geldig en authentiek certificaat.
- ○ Het testen van de integriteit van opgeslagen gegevens bij het opstarten van de TOE (O.SYSTEEMGEGEVENS), op verzoek van een gebruiker of bij het overbrengen van gegevens;
- ○ Het testen van de integriteit van de op de TOE operationele O.PROGRAMMATUUR bij het opstarten van de TOE of op verzoek van een gebruiker;
- ○ Het testen van de correcte werking van de TOE en de S.SYSTEEMKAART bij het opstarten van de TOE of op verzoek van een gebruiker.
- ○ de programmatuurrevisie integer en authentiek is,
- ○ het versienummer van de op de TOE operationele programmatuur correspondeert met het criterium in O.VERVANGBARE_VERSIES en
- ○ een van de volgende situaties van toepassing is:
- ○ op de TOE is een werkplaatssessie actief of
- ○ op de TOE is geen gebruikerssessie actief en O.KALIBRATIEINDICATIE is negatief.
- ○ correcte installatie van TOE en sensoren in het voertuig;
- ○ controle van het voertuig op manipulatie van sensoren en/of aansluiting.
- ○ correcte installatie van TOE en printer in het voertuig;
- ○ controle van het voertuig op manipulatie van printer en/of aansluiting.
- ○ handleidingen en instructies;
- ○ opleiding en training;
- ○ ergonomisch ontwerp van de TOE en montage in de auto.
- ○ een certificaat bevat welk onweerlegbaar is gekoppeld met de TOE;
- ○ alle gegevens die door de TOE worden aangeboden correct ondertekent;
- ○ de handtekening terugstuurt naar de TOE.
- ○ een certificaat bevat welk onweerlegbaar is gekoppeld met de boordcomputerkaarthouder;
- ○ alle gegevens die door de TOE worden aangeboden correct ondertekent;
- ○ de handtekening terugstuurt naar de TOE.
- ○ de door de fabrikant gekozen invulling van O.VERVANGBARE_VERSIES zodanig is dat deze door de TOE wordt gebruikt om vast te stellen of de programmatuur uit de desbetreffende programmatuurrevisie geschikt is voor het updaten van de op de TOE operationele programmatuur en
- ○ de door de fabrikant gekozen invulling van O.KALIBRATIEINDICATIE en O.VERVANGBARE_VERSIES is goedgekeurd door de Dienst Wegverkeer.
- ○ Beveiligingsrollen: Deze definiëren de verschillende rollen en modi van de TOE, en hoe deze rollen worden aangenomen.
- ○ Identificatie en Authenticatie: Deze definiëren hoe boordcomputerkaarten en andere randapparatuur worden geïdentificeerd en waar nodig geauthenticeerd.
- ○ BCT-toegangsbeleid: Hier wordt beschreven wat wordt vastgelegd, en wie daar wat mee mag doen.
- ○ Handtekeningen: Hier wordt beschreven hoe handtekeningen worden gevraagd aan Systeemkaart en Boordcomputerkaart
- ○ Beveiligingsaudit: Hier wordt beschreven hoe welke systeemgebeurtenissen worden geregistreerd en hoe deze zijn beschermd
- ○ Bescherming van de BCT: Hier wordt beschreven hoe de fysieke beveiliging van de BCT werkt en hoe de integriteit wordt gewaarborgd.
- ○ BESTUURDER
- ○ TOEZICHTHOUDER
- ○ WERKPLAATS
- ○ VERVOERDER
- ○ ONBEKEND
- ○ De rol BESTUURDER wordt aangenomen (en de werkingsmodus wordt Operationele Modus Arbeidstijd) als S.CHAUFFEURSKAART is ingebracht en geauthenticeerd, of als geen S.BOORDCOMPUTERKAART is ingebracht en de gebruiker met het burgerservicenummer is geïdentificeerd.
- ○ De rol TOEZICHTHOUDER wordt aangenomen (en de werkingsmodus wordt Controle Modus) als S.INSPECTIEKAART is ingebracht en geauthenticeerd
- ○ De rol WERKPLAATS wordt aangenomen (en de werkingsmodus wordt Activerings/Keuringsmodus) als S.KEURINGSKAART is ingebracht en geauthenticeerd
- ○ De rol VERVOERDER wordt aangenomen (en de werkingsmodus wordt Bedrijfsmodus) als S.ONDERNEMERSKAART is ingebracht en geauthenticeerd
- ○ De rol ONBEKEND wordt aangenomen (en de werkingsmode wordt Operationele Modus Basis) als:
- ○ Geen kaart is ingebracht en de gebruiker heeft zich niet met burgerservicenummer geïdentificeerd
- ○ Wel een kaart is ingebracht maar de authenticatie faalt
- ○ Een minimaal 4 karakter lange PIN (deze authenticatie wordt door S.CHAUFFEURSKAART, S.INSPECTIEKAART, S.KEURINGSKAART en S.ONDERNEMERSKAART uitgevoerd en het resultaat wordt door deze aan de TSF gerapporteerd), en
- ○ Verificatie dat het certificaat op de boordcomputerkaart geldig en authentiek is.
- ○ een gebeurtenis genereren;
- ○ de gebruiker waarschuwen;
- ○ aannemen dat de gebruikersrol ONBEKEND is.
- ○ bij het plaatsen van een elektronische handtekening door een boordcomputerkaart;
- ○ bij het invoeren van de boordcomputerkaart;
- ○ bij het opheffen van een geblokkeerde kaartsessie;
- ○ bij herstel van de stroomvoorziening na een onderbreking
- ○ het wissen van het scherm
- ○ het blokkeren van alle invoerapparatuur behalve die benodigd is voor het opheffen van de blokkering
- ○ het opnieuw inbrengen van dezelfde S.CHAUFFEURSKAART waarvoor de kaartsessie is geblokkeerd.
- ○ als een geblokkeerde S.CHAUFFEURSKAART sessie niet binnen 60 minuten wordt hervat;
- ○ meteen als een andere S.BOORDCOMPUTERKAART wordt ingebracht dan waarvoor de TSF is geblokkeerd, tenzij
- ○ de TSF in de toestand P.DEACTIVERING is geplaatst door een S.KEURINGSKAART waarna een S.INSPECTIEKAART wordt aangeboden, of;
- ○ in de Operationele Modus Arbeidstijd of Operationele Modus Taxivervoer een S.INSPECTIEKAART wordt aangeboden;
- ○ als in een sessie van een S.ONDERNEMERSKAART, S.INSPECTIEKAART of S.KEURINGSKAART gedurende 5 minuten geen handelingen aan de TSF verricht.
- ○ TSF zal:
- ○ Altijd O.BEWEGINGSGEGEVENS inlezen, samenvatten, en samen met de tijd5Zie FPT_STM.1 en de gegevens betreffende verplaatsing beschikbaar stellen als O. BASISGEGEVENS;
- ○ Altijd O.POSITIEGEGEVENS inlezen en vastleggen;
- ○ O.ARBEIDSTIJDGEGEVENS vastleggen in Operationele Modus Arbeidstijd en Operationele Modus Taxivervoer;
- ○ O.RITGEGEVENS vastleggen in Operationele Modus Taxivervoer.
- ○ Altijd O.PROGRAMMATUURREVISIEs (kunnen) inlezen van S.UPDATEMIDDELEN en (t.b.v. een eventuele update) vastleggen;
- ○ Direct na het uitvoeren van een software update met een O.PROGRAMMATUURREVISIE de na de update geldende O.BASISGEGEVENS, O.GEBEURTENISGEGEVENS en O.SYSTEEMGEGEVENS vastleggen in Operationele Modus Basis c.q. Activerings- en Keuringsmodus;
- ○ O.BEDRIJFSGEGEVENS van een bepaalde vervoerder (kunnen) inlezen van S.BEDRIJFSMIDDELEN, indien:
- ○ de TSF voor de desbetreffende vervoerder is vergrendeld en
- ○ de O.BEDRIJFSGEGEVENS zijn ondertekend door een S.ONDERNEMERSKAART van de desbetreffende vervoerder;
- ○ De volgende gegevens: (kunnen) uitvoeren naar S.BEDRIJFSMIDDELEN, indien:
- ○ O.SYSTEEMGEGEVENS en
- ○ alle O.BASISGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS, O.RITGEGEVENS, O.BEDRIJFSGEGEVENS, O.KAARTHOUDERGEGEVENS en O.GEBEURTENISGEGEVENS geregistreerd gedurende de periode dat de TSF voor de desbetreffende vervoerder is vergrendeld of vergrendeld geweest (bedrijfsvergrendeling)
- ○ de TSF voor de desbetreffende vervoerder is vergrendeld en
- ○ de TSF, als onderdeel van O.BEDRIJFSGEGEVENS, beschikt over een unieke autorisatie voor deze uitvoer die
- ○ een nog niet verstreken geldigheidsperiode voor deze uitvoer vermeldt.
- ○ NB: Als gegevens worden vastgelegd dan is dat inclusief de elektronische handtekening6Zie FDP_DAU.2.
- ○ ONBEKEND mag de in de TOE operationele O.PROGRAMMATUUR door de O.PROGRAMMATUUR uit een (van S.UPDATEMIDDELEN afkomstige) O.PROGRAMMATUURREVISIE vervangen indien:
- ○ de O.PROGRAMMATUURREVISIE integer en authentiek is,
- ○ het versienummer van de in de TOE operationele O.PROGRAMMATUUR correspondeert met het criterium in O.VERVANGBARE_VERSIES uit de O.PROGRAMMATUURREVISIE en
- ○ de O.KALIBRATIEINDICATIE uit de O.PROGRAMMATUURREVISIE negatief is.
- ○ ONBEKEND mag O.SYSTEEMGEGEVENS tonen op een leesvenster.
- ○ BESTUURDER mag de eigen:
- ○ O.RITGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS en O.KAARTHOUDERGEGEVENS tonen op een leesvenster;
- ○ O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS opslaan op de S.CHAUFFEURSKAART;
- ○ O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS van de S.CHAUFFEURSKAART overbrengen naar de TOE;
- ○ O.RITGEGEVENS en O.KAARTHOUDERGEGEVENS uitvoeren naar S.PRINTER.
- ○ BESTUURDER mag O.SYSTEEMGEGEVENS tonen op een leesvenster.
- ○ TOEZICHTHOUDER mag alle O.BASISGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS, O.RITGEGEVENS, O.BEDRIJFSGEGEVENS, O.KAARTHOUDERGEGEVENS, O.GEBEURTENISGEGEVENS en O.SYSTEEMGEGEVENS
- ○ tonen op een leesvenster;
- ○ uitvoeren naar S.PRINTER;
- ○ uitvoeren naar S.HANDHAVINGSMIDDELEN.
- ○ TOEZICHTHOUDER mag, mits de TOE is gedeactiveerd, O.POSITIEGEGEVENS
- ○ uitvoeren naar S.HANDHAVINGSMIDDELEN.
- ○ WERKPLAATS mag de TOE deactiveren.
- ○ WERKPLAATS mag O.VARIABELE_SYSTEEMGEGEVENS aanpassen
- ○ vanaf het bedieningspaneel;
- ○ vanaf S.KALIBRATIEMIDDELEN.
- ○ WERKPLAATS mag de in de TOE operationele O.PROGRAMMATUUR door de O.PROGRAMMATUUR uit een (van S.UPDATEMIDDELEN afkomstige) O.PROGRAMMATUURREVISIE vervangen indien:
- ○ de O.PROGRAMMATUURREVISIE integer en authentiek is en
- ○ het versienummer van de in de TOE operationele O.PROGRAMMATUUR correspondeert met het criterium in O.VERVANGBARE_VERSIES uit de O.PROGRAMMATUURREVISIE.
- ○ WERKPLAATS mag alle O.BASISGEGEVENS, O.RITGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS, O.BEDRIJFSGEGEVENS, O.KAARTHOUDERGEGEVENS, O.GEBEURTENISGEGEVENS en O.SYSTEEMGEGEVENS
- ○ tonen op een leesvenster;
- ○ uitvoeren naar S.PRINTER;
- ○ uitvoeren naar S.KALIBRATIEMIDDELEN.
- ○ VERVOERDER mag alle O.BASISGEGEVENS, O.ARBEIDSTIJDENGEGEVENS, O.RITGEGEVENS, O.BEDRIJFSGEGEVENS, O.KAARTHOUDERGEGEVENS en O.GEBEURTENISGEGEVENS geregistreerd gedurende de periode dat de TSF voor de desbetreffende vervoerder is vergrendeld of vergrendeld geweest (bedrijfsvergrendeling)
- ○ tonen op een leesvenster;
- ○ uitvoeren naar S.PRINTER;
- ○ uitvoeren naar S.BEDRIJFSMIDDELEN.
- ○ VERVOERDER mag alle O.SYSTEEMGEGEVENS
- ○ tonen op een leesvenster;
- ○ uitvoeren naar S.PRINTER;
- ○ uitvoeren naar S.BEDRIJFSMIDDELEN.
- ○ VERVOERDER mag O.BEDRIJFSGEGEVENS aanpassen