Bijlage 2 Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen: bij artikel 3 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

Niveau 1F Paraat hebben Niveau 1S Paraat hebben A Notatie, taal en betekenis – Uitspraak, schrijfwijze en betekenis van getallen, symbolen en relaties – Wiskundetaal gebruiken – 5 is gelijk aan (evenveel als) 2 en 3 – de relaties groter/kleiner dan – 0,45 is vijfenveertig honderdsten – breuknotatie met horizontale streep – teller, noemer, breukstreep – breuknotatie herkennen ook als ¾ Functioneel gebruiken Functioneel gebruiken – uitspraak en schrijfwijze van gehele getallen, breuken en decimale getallen – getalbenamingen zoals driekwart, anderhalf en miljoen – gemengd getal – relatie tussen breuk en decimaal getal Weten waarom Weten waarom – orde van grootte van getallen beredeneren – verschil tussen cijfer en getal – belang van het getal 0 Niveau 1F Paraat hebben Niveau 1S Paraat hebben B Met elkaar in verband brengen – Getallen en getalrelaties – Structuur en samenhang – tienstructuur – getallenrij – getallenlijn met gehele getallen en eenvoudige decimale getallen – getallenlijn, ook met decimale getallen en breuken Functioneel gebruiken Functioneel gebruiken – vertalen van eenvoudige situatie naar berekening – afronden van gehele getallen op ronde getallen – globaal beredeneren van uitkomsten – splitsen en samenstellen van getallen op basis van het tientallig stelsel – vertalen van complexe situatie naar berekening – decimaal getal afronden op geheel getal – afronden binnen gegeven situatie: 77,4 dozen berekend dus 78 dozen kopen Weten waarom Weten waarom – structuur van het tientallig stelsel – opbouw decimale positiestelsel – redeneren over breuken, bijvoorbeeld: is er een kleinste breuk? Niveau 1F Paraat hebben Niveau 1S Paraat hebben C Gebruiken – Memoriseren, automatiseren – Hoofdrekenen (noteren van tussenresultaten – uit het hoofd splitsen, optellen en aftrekken onder 100, ook met eenvoudige decimale getallen: – standaardprocedures gebruiken ook met getallen boven de 1000 en met complexere decimale getallen in complexere situaties toegestaan) 12 = 7 + 5 6