Bijlage 2 Besluit veiligheidsregio’s: behorende bij artikel 8.1, eerste lid, van het Besluit veiligheidsregio’s

Besluit veiligheidsregio’s

Het voor het vaste en variabele deel van het voor de doeluitkering beschikbare bedrag wordt verdeeld op grond van de volgende formule: [vast deel + (8,15 * woonruimten) + (67,71 * bebouwde oppervlakte) + (0,48 * oadwr) + (659,22 * kernen500) + (2,41 * totale oppervlakte) + (7.736,14 * hoofdvaarwegen) + (28.430,04 * hogedrempelinrichtingen) + (0,32 * inwoners) + (11,37 * OZB niet-woningen)] * uitkeringsfactor. De vaststelling van het aantal eenheden per structuurkenmerk of maatstaf geschiedt naar de toestand op 1 januari voorafgaand aan het uitkeringsjaar. Oppervlakte van de bebouwing in hectaren. Vindplaats: tabelnummers 29 en 31 van bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001. Het aantal hogedrempelinrichtingen. Vindplaats: lijst van risicovolle bedrijven via www.brzoplus.nl; in die lijst zijn de hogedrempelbedrijven voorzien van het kenmerk VR. Lengte van de hoofdvaarwegen per kilometer in het hoofdvaarwegennet. Vindplaats: Ministerie van Infrastructuur en Milieu, database Vaarwegen in Nederland (VIN). Aantal inwoners. Vindplaats: tabelnummer 4 van bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001. Aantal woonkernen die ieder 500 adressen of meer omvatten. Vindplaats: tabelnummer 45 van bijlage 2 van het Besluit financiële verhouding 2001. De oadwr (de omgevingsadressendichtheid woonruimten van een regio) wordt berekend door de gemiddelde omgevingsadressendichtheid van de adressen in elke in die regio gelegen gemeente, uitgedrukt in het aantal adressen per vierkante kilometer (bron: Centraal bureau voor de statistiek), te vermenigvuldigen met het aantal woonruimten in die gemeente (bron: Centraal bureau voor de statistiek) en die uitkomsten op te tellen. Die uitkomst wordt gedeeld door 1000, om te komen tot een voor de verdeelformule bruikbare waarde. Betreft de maatstaf «belastingcapaciteit niet-woningen»: Het totaal van de vastgestelde waarden van onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, als bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van d