Bijlage C Regeling personeel veiligheidsregio’s: behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub a van het Besluit personeel veiligheidsregio’s. Functienaam: calamiteitencoördinator meldkamer Beschrijving van de functie: de calamiteitencoördinator meldkamer: De calamiteitencoördinator meldkamer verzamelt, verwerkt, valideert, veredelt en verstrekt feiten en gegevens. De calamiteitencoördinator meldkamer adviseert over het (her)definiëren van de te behalen prestaties. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces informatievoorziening. Indien de informatiemanager CoPI de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de calamiteitencoördinator meldkamer alleen verantwoordelijk voor het organiseren van het proces in de meldkamer. De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor de uitvoering van het informatieproces in de meldkamer en het beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur. De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering. Hij is verantwoordelijk voor besluiten tot en het uitvoeren van de grootschalige alarmering. De calamiteitencoördinator meldkamer wordt vooraf geraadpleegd en adviseert bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie. Hij is verantwoordelijk voor het (her) organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën en informatie. Hij is verantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën en informatie in de meldkamer. Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens. Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling). Brengt belangen, opinies en inbreng van diverse partijen samen. Geeft vorm aan en richting aan (uit
- 1. werkt op de meldkamer. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt criteria vast voor de situaties waarin de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat (Bvr, art 2.2.1). Zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering wordt de meldkamer door één leidinggevende aangestuurd (Bvr, art 2.2.2).
- 2. heeft binnen de kernfunctie Grootschalige alarmering heeft de calamiteitencoördinator meldkamer verschillende taken. De calamiteitencoördinator meldkamer:
- – wordt vooraf geraadpleegd en adviseert de leidinggevenden meldkamerfuncties bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering;
- – is verantwoordelijk voor besluiten tot en het uitvoeren van de grootschalige alarmering.
- 3. heeft binnen de kernfunctie Informatie verschillende taken:
- – wordt vooraf geraadpleegd en adviseert de leidinggevenden meldkamerfuncties bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken en veredelen en deze data te verstrekken aan de juiste afnemers (richten en herrichten);
- – is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken en veredelen en deze data te verstrekken aan de juiste afnemers (inrichten en herinrichten);
- – is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken en veredelen van feiten en gegevens en het verstrekken van deze data aan de juiste afnemers (verrichten).
- 4. heeft binnen de kernfunctie Leiding & coördinatie verschillende taken. De calamiteitencoördinator meldkamer:
- – wordt vooraf geraadpleegd en adviseert de leider CoPI (of regionaal operationeel leider) bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie (richten en herrichten);
- – is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën en informatie (inrichten en herinrichten);
- – is verantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën en informatie (verrichten) in de meldkamer.
- 5. monitort het dagelijkse multidisciplinaire meldkamerproces. Daarnaast werkt de calamiteitencoördinator meldkamer in de context van een crisis2. Een crisis wordt gekenmerkt door dreiging, urgentie en onzekerheid. De organisatorische context wordt gekenmerkt door niet-reguliere werkzaamheden in een aangepaste structuur.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer adviseert over het (her)definiëren van de te behalen prestaties.
- - Adviseren over de inrichting van het informatieproces.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces informatievoorziening. Indien de informatiemanager CoPI de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de calamiteitencoördinator meldkamer alleen verantwoordelijk voor het organiseren van het proces in de meldkamer.
- - Monitoren van informatiestromen en signaleren van afwijkingen.
- - Initiëren en borgen van de afstemming met Informatiefunctionarissen binnen het CoPI en ROT en de bij het incident betrokken organisaties.
- - Bepalen en organiseren van de benodigde ondersteuning voor het informatieproces qua mensen en middelen.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het actueel houden van het meldkamerbeeld.
- – Beschikbare informatie (laten) verzamelen en ordenen voor een gedeeld en actueel meldkamerbeeld.
- - Informatie valideren.
- - Informatie duiden.
- - Inventariseren welke benodigde informatie ontbreekt en informatievragen uitzetten.
- - Informatievraagstukken prioriteren.
- – Bepalen van relevantie in een grote hoeveelheid informatie. Bewust zijn van het risico om te handelen op basis van beschikbare informatie zonder daarbij rekening te houden met nog ontbrekende informatie.
- – Afweging maken over de mate van het detailniveau van het meldkamerbeeld voor de totale crisisstructuur.
- – Het neutraal presenteren van het beeld (geen bewuste of onbewuste toevoeging van framing aan het beeld).
- – De calamiteitencoördinator meldkamer adviseert bij het (her)organiseren van de randvoorwaarden voor de grootschalige alarmering.
- - Gevraagd en ongevraagd advies geven aan de leidinggevenden meldkamerfuncties met betrekking tot de inrichting van de grootschalige alarmering.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het besluiten tot en uitvoeren van de grootschalige alarmering.
- - Monitort het operationeel beeld, analyseert om te komen tot een besluit, evalueert, delegeert en ziet toe op uitvoering van grootschalige alarmering
- - Gevraagd en ongevraagd advies geven aan de leider CoPI of regionaal operationeel leider.
- – Besluiten over opschaling op basis van onvolledige en/of tegenstrijdige (niet gevalideerde) informatie en beperkte tijd.
- – Besluiten in een korte tijdsbestek op basis van ingekleurde, gefragmenteerde en/of onvolledige informatie.
- – Besluiten op basis van huidige scenario binnen het totale overzicht met in ogenschouw mogelijk toekomstige scenario’s.
- – Besluiten met een bepaalde mate van kennis van functionele partners; wat doen zij aan incident- en gevolgbestrijding?
- – Afweging maken tussen tijdig acteren op signalen en effectiviteit en proportionaliteit van opschaling en alarmering.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer adviseert bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën en informatie.
- - Informeren van de leider CoPI of de regionaal operationeel leider over opschaling.
- - Gevraagd en ongevraagd adviseren van de leider CoPI of de regionaal operationeel leider over opschaling.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het (her) organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën en informatie.
- - Bewaken en zorgdragen voor een juiste samenstelling en bezettingsgraad van de operationele inzet vanuit de meldkamer.
- – De calamiteitencoördinator meldkamer is verantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën en informatie in de meldkamer.
- - Leidinggeven aan de multidisciplinaire beeld-, oordeels- en besluitvorming (vergaren, analysen en delen van informatie) van het incident binnen de meldkamer. Is hiervoor (eind)verantwoordelijk.
- - Leidinggeven aan het uitvoeringsproces van een effectieve en doelmatige alarmering, processen in taken vertalen, taken uitzetten en controleren.
- - Analyseren en beoordelen van de actuele situatie en een advies uitbrengen over op- of afschaling.
- - Adviseren over mono disciplinaire opschaling voor uitvoering van de meldkamerprocessen.
- – Onafhankelijk en rolvast uitvoeren van taken ondanks de hoge tijdsdruk en onzekerheid van de crisissituatie.
- – Aansturen van proces en niet van het personeel, zonder hiërarchische verhoudingen maar op basis van de eigen positie.
- – Het (laten) afwegen van de veiligheid van eigen personeel, andere hulpverleningsdiensten en derden tegen het beoogde (doel/taak/opdracht).
- – Afwegen van de mate waarin opschaling effectief en efficiënt is, rekening houdend met bestuurlijke gevoeligheid.
- – Helderheid en eenduidigheid ten opzichte van de verschillende belangen en perspectieven.
- – Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.
- – Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.
- – Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.
- – Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.
- – Omschrijft realistische scenario’s met relaties tussen oorzaak en gevolg.
- – Presteert goed onder (tijds)druk, tegenslag, complicaties en tegenwerking ook op de lange termijn.
- – Houdt in complexe situaties vast aan eigen standpunt en past bij tegenslag weloverwogen de aanpak aan.
- – Neemt onder hevige druk nog steeds de juiste beslissingen.
- – Communiceert onder hevige druk nog steeds rustig en beheerst met anderen zodat de druk niet zijn weerslag heeft op anderen.
- – Stemt activiteiten en inbrengen op elkaar af.
- – Werkt toe naar een gemeenschappelijk resultaat.
- – Maakt afspraken met anderen over de wijze van voortgangsbewaking.
- – Herkent en bespreekt mogelijke nieuwe (externe) samenwerkingsverbanden.
- – Twijfelt niet, heeft overwicht bij het nemen van besluiten en neemt daarvoor volledige verantwoordelijkheid.
- – Is daadkrachtig in onzekere situaties.
- – Heeft oog voor de belangen van verschillende partijen bij het nemen van risicovolle beslissingen.
- – Maakt weloverwogen strategische keuzen.
- – Neemt verantwoorde risico’s.
- – Is voldoende op de hoogte van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen die relevant zijn voor het werkveld.
- – Gebruikt vergaarde kennis regelmatig effectief voor de eigen organisatie.
- – Weet waar vergelijkbare organisaties mee bezig zijn. Anticipeert effectief op ontwikkelingen die gaande zijn in de omgeving van de organisatie.
- – Kan zich verplaatsen in politiek bestuurlijke argumenten.
- 1. heeft binnen de kerntaak Evalueren verschillende taken:
- > wordt vooraf geraadpleegd en adviseert over het organiseren van de randvoorwaarden voor de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
- > is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
- 2. dient alle fasen van het evaluatieproces te beheersen, maar voert in de praktijk niet altijd alle werkzaamheden uit.
- > Adviseert over de benodigde mensen en middelen voor het evalueren van de multidisciplinaire OTO-activiteit. De evaluator multidisciplinair oefenen is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de evaluatie van de multidisciplinaire oefening.
- > Bereidt aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie het evalueren van de multidisciplinaire OTO-activiteit voor.
- > Verzamelt data gedurende het verloop van de multidisciplinaire OTO-activiteit.
- > Analyseert de verzamelde data.
- > Oordeelt over het bereiken van de evaluatie- en oefendoelen.
- > Geeft bevindingen mondeling, dan wel schriftelijk terug na afloop van de multidisciplinaire OTO-activiteit.
- > Heeft oog voor kwaliteit maar ook kwantiteit van het werk.
- > Controleert het eigen werk op tekortkomingen en herstelt gemaakte fouten.
- > Verwerkt gegevens en/of verricht handelingen met een grote mate van precisie.
- > Werkt zorgvuldig.
- > Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.
- > Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.
- > Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.
- > Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.
- > Omschrijft realistische scenario’s met relaties tussen oorzaak en gevolg.
- > Brengt mogelijke handelwijzen in beeld.
- > Weegt gegevens en/of handelwijzen op juiste wijze af.
- > Scheidt relevante criteria van irrelevante criteria.
- > Komt met een goed afgewogen oordeel.
- > Herkent de situatie, de belangen en behoeften van de ander en handelt hiernaar.
- > Begrijpt wat voor de ander belangrijk is.
- > Voelt aan wanneer naar persoonlijke omstandigheden gevraagd kan worden.
- > Herkent ontwikkelingen en gevoeligheden en handelt hiernaar.
- > Toetst verwachtingen bij de ander en stemt eigen gedrag hierop af (past zich aan).
- > ˃ Verwoordt de doelstelling en het beoogde resultaat trefzeker.
- > ˃ Beschikt over een goede woordenschat.
- > ˃ Brengt de informatie geordend en bondig over.
- > ˃ Vat de boodschap adequaat samen.
- > ˃ Doseert informatie adequaat.
- > ˃ Formuleert een logische opbouw van zaken (inleiding, kern en samenvatting).
- 1. maakt deel uit van het commando plaats incident (CoPI).
- 2. heeft binnen de kernfunctie Informatie verschillende taken:
- > wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, wordt de informatiemanager CoPI alleen vooraf geraadpleegd en adviseert hij over het proces in het CoPI;
- > is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers; Indien de informatiemanager ROT de regie op het informatieproces op zich heeft genomen, is de informatiemanager CoPI alleen verantwoordelijk voor het proces in het CoPI;
- > is verantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.
- 3. heeft binnen de kernfunctie Operatiën de volgende taak:
- > ondersteunt de leider CoPI bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.
- 4. heeft binnen de kernfunctie Leiding & coördinatie verschillende taken:
- > ondersteunt de leider CoPI bij het (her)definiëren van de prestaties binnen operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie;
- > ondersteunt de leider CoPI bij het organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën, informatie en crisiscommunicatie.
- 5. werkt in (de context van) een crisis dan wel grootschalig evenement. Deze worden gekenmerkt door dreiging, urgentie en onzekerheid, dit bepaalt de situationele complexiteit. De organisatorische complexiteit waarin de informatiemanager CoPI werkt wordt gekenmerkt door niet-reguliere werkzaamheden in een aangepaste structuur. Hierbinnen kan de informatiemanager CoPI verschillende taken hebben.
- > Gevraagd en ongevraagd adviseren van de leider CoPI over de inrichting van het informatie proces.
- > Afstemmen met Informatie functionarissen binnen de bij het incident betrokken organisaties.
- > Bepalen en organiseren van de benodigde ondersteuning voor het informatieproces qua mensen en middelen.
- > Verzamelen en ordenen van de beschikbare informatie voor een gedeeld en actueel situatiebeeld.
- > In beeld brengen welke data ontbreekt.
- > Informatievragen uitzetten en prioriteren.
- > De ondersteuning van het informatieproces aansturen.
- > Het beeld kort en bondig en afgestemd op de te bereiken doelen van het team presenteren.
- > Op basis van de beschikbare data gevraagd en ongevraagd adviseren van de leider CoPI over (het bijsturen van) de te bereiken doelen van het CoPI.
- > Op basis van de beschikbare data gevraagd en ongevraagd adviseren van de leider CoPI over de te bereiken doelen van het CoPI.
- > Gevraagd en ongevraagd adviseren van de leider CoPI over de te betrekken partners.
- > Uitvoeren van een netwerkanalyse gericht op betrokken (bevoegde) partijen voor de afhandeling van het incident.
- > Adviseren van de leider CoPi over de opzet van de vergaderstructuur.
- > Doorziet de kern van problemen.
- > Onderscheidt hoofd en bijzaken in een probleem.
- > Geeft aan welke informatie ontbreekt om tot een goede analyse te komen.
- > Trekt gegronde conclusies uit beschikbare informatie.
- > Werkt ordelijk en overzichtelijk.
- > Werkt op logische wijze naar het beoogde resultaat toe.
- > Organiseert het eigen werk volgens planning.
- > Overziet de agenda en stelt de eigen planning tijdig bij.
- > Gaat effectief om met detailinformatie.
- > Voert langdurig met grote precisie werkzaamheden uit (zonder dat dit aan kwaliteit inboet).
- > Onthoudt gemakkelijk een veelheid aan details.
- > Schat het effect van niet nakomen van regels, richtlijnen of procedures op juiste wijze in en spreekt anderen hier op aan.
- > Reageert adequaat bij tegenslag.
- > Zorgt bij druk dat het organisatieonderdeel doeltreffend blijft werken door prioriteiten te stellen.
- > Herkent stressfactoren en maakt deze bespreekbaar door het proces met anderen te analyseren.
- > Filtert de reële punten uit de kritiek van anderen en herkent onterechte kritiek.
- > Beschikt over een grote woordenschat.
- > Brengt de informatie goed geordend en bondig over.
- > Vat samen en legt bondig uit.
- > Stemt zijn/haar taalgebruik af op de toehoorders.
- > Beantwoordt inhoudelijke vragen afdoende.
- 1. maakt deel uit van het regionaal operationeel team (ROT).
- 2. heeft binnen de kernfunctie Informatie verschillende taken:
- > wordt vooraf geraadpleegd en adviseert aan de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties binnen het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers;
- > is verantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van het proces in de gehele informatielijn om feiten en gegevens te verzamelen, verwerken, veredelen en verstrekken aan de juiste afnemers;
- > is eindverantwoordelijk voor het verzamelen, verwerken, veredelen en beschikbaar stellen van feiten en gegevens binnen de crisisstructuur.
- 3. heeft binnen de kernfunctie Operatiën heeft de volgende taak:
- > ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de te behalen prestaties bij het bestrijden van de oorzaak en/of het beheersen van de gevolgen van een (dreigend) incident.
- 4. heeft binnen de kernfunctie Algemene operationele leiding verschillende taken:
- > ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het (her)definiëren van de prestaties binnen de algemene operationele leiding.
- > ondersteunt de regionaal operationeel leider bij het organiseren van de randvoorwaarden binnen de algemene operationele leiding.
- > Gevraagd en ongevraagd adviseren van de regionaal operationeel leider over de inrichting van het informatie proces.
- > Initiëren en borgen van de afstemming met Informatie functionarissen binnen de bij het incident betrokken organisaties.
- > Bepalen en organiseren van de benodigde ondersteuning voor het informatieproces qua mensen en middelen.
- > Beschikbare informatie laten verzamelen en ordenen voor een gedeeld en actueel situatiebeeld.
- > In beeld brengen welke data er ontbreekt.
- > Informatievragen uitzetten en prioriteren.
- > Het beeld kort en bondig en afgestemd op de te bereiken doelen van het team presenteren.
- > Leidinggeven aan de sectie Informatie Management.
- > De ondersteuning van het informatieproces aansturen.
- > Op basis van de beschikbare data gevraagd en ongevraagd adviseren van de regionaal operationeel leider over de te bereiken doelen van het ROT.
- > Gevraagd en ongevraagd adviseren van de regionaal operationeel leider over de te betrekken partners.
- > Uitvoeren van een netwerkanalyse gericht op betrokken (bevoegde) partijen voor de afhandeling van het incident.
- > Adviseren van de regionaal operationeel leider over de opzet van de vergaderstructuur.
- > Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.
- > Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.
- > Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.
- > Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.
- > Omschrijft realistische scenario’s met relaties tussen oorzaak en gevolg.
- > Stemt activiteiten (van zichzelf en anderen) op elkaar af.
- > Deelt werkzaamheden efficiënt in en stemt activiteiten op elkaar af.
- > Heeft inzicht in tijd, middelen en mensen die nodig zijn om een optimaal resultaat te behalen en weet deze te werven.
- > Houdt overzicht over de werkzaamheden en toetst de voortgang.
- > Legt relaties tussen werkzaamheden binnen de organisatie en stemt planning van eigen werkzaamheden hierop af en weegt belangen en risico’s af.
- > Behoudt het overzicht over de veelvoud van details (ziet door de bomen het bos).
- > Blijft zorgvuldig, ook onder druk van belangen, tijd of de ernst van de gevolgen van mogelijke fouten.
- > Maakt een gedegen afweging tussen strikt nakomen van regels, richtlijnen of procedures en pragmatisme.
- > Beslist over het al dan niet afwijken van richtlijnen.
- > Houdt overzicht bij een grote werkvoorraad.
- > Blijft goed functioneren onder tijdsdruk.
- > Ontspant zich na een zware werkdag.
- > Blijft rustig bij hectische omstandigheden
- > Beschikt over een grote woordenschat.
- > Brengt de informatie goed geordend en bondig over.
- > Vat samen en legt bondig uit.
- > Stemt zijn/haar taalgebruik af op de toehoorders.
- > Beantwoordt inhoudelijke vragen afdoende.