Bijlage B Regeling personeel veiligheidsregio’s: behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals vermeld in artikel 2, lid 2 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s. Functienaam: algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ) Beschrijving van de functie: de ACGZ: De ACGZ geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg. De ACGZ alarmeert, informeert, coördineert de taakorganisaties acute- en publieke gezondheidszorg en stemt hierbij af met de hoofden taakorganisatie acute- en publieke gezondheidszorg. Onderdeel van het functioneel leidinggeven is het zorgen voor de juiste mensen en de juiste middelen beschikbaar te hebben en in te zetten op het juiste tijdstip. De ACGZ bewaakt de hulpverlening (geneeskundige zorg) in het brongebied in afstemming met de OvD-G en coördineert de samenwerking met en tussen de ketenpartners in de witte kolom. De ACGZ is multidisciplinair actief vanaf GRIP 2 of eerder, bijvoorbeeld bij een voorbereidend ROT. De ACGZ haalt en brengt informatie in het ROT, analyseert deze informatie en stemt de multidisciplinaire samenwerking op tactisch niveau af. De ACGZ kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzet criteria of op verzoek van de OvD-G of een crisiscoördinator van een zorginstelling of indien er behoefte is aan coördinatie op de gehele zorgketen. De ACGZ analyseert de beschikbare informatie en adviseert de regionaal operationeel leider (ROL) over aspecten van gezondheidszorg in relatie tot andere kolommen. Tevens informeert en adviseert de ACGZ de (O)DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau. Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling. Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden. Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens. Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfacto
- 1. geeft functioneel leiding aan de sectie geneeskundige zorg.
- 2. kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzetcriteria en/of verzoek van de Officier van Dienst Geneeskundig (OvD-G) en/of een crisiscoördinator van een zorginstelling en/of indien er behoefte is aan coördinatie op de gehele zorgketen. Hij is multidisciplinair actief vanaf activering van het Regionaal operationeel Team (ROT) als lid van het ROT, en/of eerder bijvoorbeeld bij een voorbereidend ROT.
- 3. is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling. Hij is aangewezen als (gedelegeerd) hoogst operationele leidinggevende door de (Operationeel) Directeur Publieke Gezondheid ((O)-DPG), voor zover het de GHOR-taken betreft.
- 4. is verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en legt verantwoording af aan de (O)DPG. Hij adviseert de regionaal operationeel leider (ROL) over te nemen tactische multidisciplinaire beslissingen en ontvangt, voor de multidisciplinaire aspecten, functioneel leiding van de ROL.
- 5. adviseert de (O)DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau. Hij geeft functioneel leiding aan de Officier van Dienst Geneeskundig (OvD-G) (brongebied), het Hoofd Informatie Geneeskundige Zorg (HIN-Gz) (informatie) en het Hoofd Ondersteuning Geneeskundige Zorg (HON-Gz) (ondersteuning). Hij coördineert de taakorganisaties Acute en Publieke Gezondheidszorg in afstemming met de hoofden Acute Gezondheidszorg (HAG) en Publieke gezondheidszorg (HPG).
- – Functioneel leidinggeven aan Informatie en Ondersteuning binnen de sectie geneeskundige zorg.
- - Alarmeren van de taakorganisatie informatie en ondersteuning.
- - Scheppen en aangeven van kaders waarin werk wordt uitgevoerd en hierbij duidelijk verwachtingen aangeven.
- - Inzetten van de juiste mensen en juiste middelen op de juiste plaats en het juiste tijdstip, het bewaken van de voortgang en het controleren van en aanspreken op (niet nagekomen) afspraken.
- - Sturen op de kwalitatieve en kwantitatieve output van de leden van de sectie, met inachtneming van eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden van partners in de geneeskundige keten.
- - Analyseren van scenario’s op de korte, middellange en lange termijn ten behoeve van maatregelen en besluitvorming binnen de sectie geneeskundige zorg.
- - Vertalen van opdrachten van de regionaal operationeel leider naar tactisch/operationele opdrachten voor de sectie.
- – Coördineren van de taakorganisaties acute en publieke gezondheidszorg in afstemming met het Hoofd Acute Gezondheidszorg (HAG) en het Hoofd Publieke Gezondheidszorg (HPG).
- - Alarmeren van de taakorganisaties acute gezondheidszorg en publieke gezondheidszorg.
- – Maatregelen treffen met betrekking tot de acute en publieke gezondheidszorg in het effectgebied.
- – Coördineren van de samenwerking met de partners in de geneeskundige keten.
- - Coördineren van de samenwerking met de partners in de geneeskundige keten.
- - Creëren van draagvlak en het initiëren en coördineren van de samenwerking met en tussen de ketenpartners in de witte kolom.
- – Bewaken van de voortgang van de hulpverlening in het brongebied en de benodigde afstemming met de OvD-G.
- – De ACGZ kan de taakorganisatie publieke gezondheidszorg alarmeren en adviseren tot opschaling van de onderliggende processen. De ACGZ heeft vervolgens de taak te coördineren, en de gehele witte kolom te vertegenwoordigen in het multidisciplinaire veld. De processen binnen de publieke gezondheidszorg vallen onder verantwoordelijkheid van het Hoofd Publieke Gezondheidszorg (HPG). Deze aspecten kunnen de samenwerking in de opgeschaalde situatie mogelijk compliceren en vragen om een duidelijk taakafbakening, concrete werkafspraken en vertrouwen tussen de ACGZ en het HPG.
- – De ACGZ geeft functioneel leiding aan de hoofden taakorganisaties informatie en ondersteuning. In andere situaties kunnen dit directe collega’s of leidinggevenden zijn. De ACGZ moet daarbij in staat zijn leiding te geven met behoud van collegiale werkrelaties.
- – De ACGZ is verantwoordelijk voor de regie over de coördinatie en afstemming tussen de partners in de witte kolom, zonder hier enige (beslissings-) bevoegdheid in te hebben.
- – De ACGZ is verantwoordelijk voor de gang van zaken in het brongebied maar moet deze verantwoordelijkheid delegeren aan de OvD-G. Operationele beslissingen moeten met vertrouwen overgelaten worden aan de OvD-G, c.q. het CoPI.
- – Afstemmen van de multidisciplinaire samenwerking op tactisch niveau.
- – Analyseren van scenario’s op de korte, middellange en lange termijn ten behoeve van het multidisciplinaire besluitvormingsproces.
- – Analyseren en inbrengen van tactische en strategische monodisciplinaire informatie en besluiten in het ROT ten behoeve van het multidisciplinair beeld.
- – Vertalen van het geanalyseerde gedeelde ROT-beeld en de genomen besluiten naar de eigen uit te zetten acties en processen.
- – De ACGZ is verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen met mogelijk verstrekkende gevolgen op basis van mogelijk onvolledige informatie. De ACGZ moet dit risico voor zichzelf kunnen accepteren en gemaakte keuzes kunnen verantwoorden aan anderen.
- – De ACGZ komt op voor de belangen van de geneeskundige kolom binnen het multidisciplinaire veld. Wanneer de omstandigheden daarom vragen kan het belang vanuit de geneeskundige kolom een lagere prioriteit krijgen ten opzichte van belangen van andere kolommen. De ACGZ zal de consequenties daarvan moeten aanvaarden en verwerken in het plan van aanpak.
- – Informeren en adviseren van de DPG
- - Over de voortgang binnen de geneeskundige processen en de gegeven adviezen aan de operationeel leider.
- - Over opschalen van de taakorganisatie Publieke Gezondheidszorg.
- - Over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau.
- – Zich waar nodig door deskundigen laten adviseren (bijvoorbeeld door de gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen of de arts infectieziekten).
- – Adviseren van het regionaal operationeel team (ROT) en de regionaal operationeel Leider (ROL)
- - Analyseert en beoordeelt crisissituaties op basis van aangeleverde mono-en multidisciplinaire rapportages.
- - Duidt op basis van rapportage over de voortgang van de uitvoering van de twee GHOR-processen (Acute gezondheidszorg en Publieke gezondheidszorg) bestuurlijke consequenties in het ROT.
- - Bewaakt de samenhang tussen de twee GHOR-processen in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en impact.
- - Geeft aanvullende multidisciplinair relevante incidentinformatie en adviseert vanuit GHOR perspectief bij multidisciplinaire strategische beleidsbeslissingen.
- - Adviseren over de scheiding tussen bron- en effectgebied en benodigde (multidisciplinaire) opschaling.
- - Adviseert over te nemen tactische multidisciplinaire beslissingen.
- – Gevraagd en ongevraagd informeren van het Hoofd Informatie Geneeskundige zorg over mono- en relevante multidisciplinaire zaken.
- – Adviseren van het Gemeentelijk (GBT) dan wel Regionaal Beleidsteam (RBT), bij monde van de regionaal operationeel leider (ROL), over te nemen strategische beleidsbeslissingen en het daarover afstemmen met de DPG.
- – Zorgen voor een korte nabespreking met de sectie geneeskundige zorg direct aansluitend aan de inzet en aanleveren van gegevens ten behoeve van mono- en multidisciplinaire evaluaties.
- – De ACGZ is verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen met mogelijk verstrekkende gevolgen op basis van mogelijk onvolledige, niet gevalideerde, tegenstrijdige informatie. De ACGZ moet dit risico voor zichzelf kunnen accepteren en gemaakte keuzes kunnen verantwoorden aan anderen.
- – De ACGZ komt op voor de belangen van de geneeskundige kolom binnen het multidisciplinaire veld. Wanneer de omstandigheden daarom vragen kan het belang vanuit de geneeskundige kolom een lagere prioriteit krijgen ten opzichte van belangen van andere kolommen. De ACGZ zal de consequenties daarvan moeten aanvaarden en verwerken in het plan van aanpak.
- – Geeft regelmatig feedback ten aanzien van de uitvoering.
- – Stuurt medewerkers bij wanneer de situatie daar om vraagt.
- – Motiveert medewerkers om taken tot een goed einde te brengen.
- – Biedt houvast bij de uitvoer van taken, door bijvoorbeeld passende handvaten aan te reiken.
- – Geeft prioriteiten duidelijk aan.
- – Stemt activiteiten (van zichzelf en anderen) op elkaar af.
- – Deelt werkzaamheden efficiënt in en stemt activiteiten op elkaar af.
- – Heeft inzicht in tijd, middelen en mensen die nodig zijn om een optimaal resultaat te behalen en weet deze te werven.
- – Houdt overzicht over de werkzaamheden en toetst de voortgang.
- – Legt relaties tussen werkzaamheden binnen de organisatie en stemt planning van eigen werkzaamheden hierop af en weegt belangen en risico’s af.
- – Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.
- – Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.
- – Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.
- – Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.
- – Omschrijft realistische scenario's met relaties tussen oorzaak en gevolg.
- – Speelt proactief in op ontwikkelingen uit de omgeving die van invloed kunnen zijn op de organisatie.
- – Voert een constructieve discussie met belangenpartijen en stakeholders.
- – Anticipeert snel op wensen vanuit politiek bestuur.
- – Komt met initiatieven die blijk geven van inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
- – Vertaalt maatschappelijke en politiek/economische ontwikkelingen naar consequenties en realistische voorstellen voor het eigen aandachtsgebied en belangen van de eigen organisatie.
- – Overtuigt anderen van zijn/haar standpunt.
- – Blijft in discussies bij tegenspel overeind.
- – Doet realistische en goed uitvoerbare voorstellen.
- – Bereikt acceptatie van ideeën bij anderen.
- – Stressbestendigheid
- – Flexibiliteit
- – Integriteit
- 1. geeft leiding aan de GHOR en is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening.
- 2. functioneert op strategisch niveau en treedt op als adviseur geneeskundige zorg namens de GHOR in het GBT/RBT.
- 3. informeert en adviseert de burgemeester en/of voorzitter veiligheidsregio over te nemen strategische beleidsbeslissingen in het kader van bestuurlijke besluitvorming en stemt daar de multidisciplinaire samenwerking op beleids-/strategisch niveau af. Het strategisch leidinggeven richt zich vooral op het proces als netwerkregisseur en netwerkmanagement, dat rand voorwaardelijk is voor het optimaal afstemmen met en samenwerken van de GHOR keten.
- 4. geeft functioneel leiding aan de ACGZ en ontvangt advies en relevante informatie van de ACGZ en overige deskundigen zoals gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen (GAGS) en arts infectieziekten.
- 5. onderhoudt bij (dreigende) crises contacten met partners in de acute en publieke gezondheidszorg, waaronder de rijksheer van VWS, departementaal crisiscentrum VWS, de liaisons in het Nationaal Crisiscentrum (NCC), het RIVM en met collega DPG’en van buurregio’s.
- – Neemt als hoogste leidinggevende van de GHOR-keten deel aan het GBT/RBT en:
- - Geeft in formele zin leiding aan de uitvoering van de twee GHOR-processen acute en publieke gezondheidszorg.
- - Bewaakt de voortgang van de uitvoering.
- - Analyseert en beoordeelt crisissituaties op basis van aangeleverde mono- en multidisciplinaire rapportages).
- - Geeft op basis van de strategische beleidsbeslissingen van het GBT/RBT, in afstemming met de Operationeel Leider, opdrachten aan de ACGZ.
- - Stemt op beleidsniveau af met de GHOR-ketenpartners en geeft (via de ACGZ) opdrachten c.q. aanwijzingen.
- – Coördinatie en aansturing bij de bestrijding van grootschalige infectieziekten met name van type A en het bij dreigende infectieziekte- en/of gezondheidscrisis verbinden van de bestuurders van de acute en publieke gezondheidszorg. Daarbij is aandacht voor de ontwikkelingen in en informatie binnen de functionele en algemene ketens.
- – In deze situatie adviseert hij de voorzitter veiligheidsregio, burgemeester, bestuur veiligheidsregio en GGD over de aanpak en afhandeling en de structuur waarin deze het best kan worden uitgevoerd.
- – Draagt zorg voor het netwerkmanagement op alle niveaus in de pro actie en preparatiefase met de acute en publieke zorgpartners, waardoor deze o.a. op een adequaat informatieniveau zijn aangesloten bij een (dreigende) crisis.
- – De DPG moet ketenpartners bewegen en overtuigen tot het organiseren, uitvoeren en monitoren van de strategische beleidsbeslissingen.
- – De DPG functioneert op strategisch niveau en houdt overzicht en laat zich niet verleiden tot tactisch en/of operationele onderwerpen en werkzaamheden.
- – De DPG moet ketenpartners bewegen en overtuigen tot het organiseren, uitvoeren en monitoren van de strategische beleidsbeslissingen.
- – Neemt als adviseur deel aan het GBT/RBT en:
- - Analyseert en beoordeelt crisissituaties op basis van aangeleverde mono- en multidisciplinaire rapportages.
- - Duidt op basis van rapportage over de voortgang van de uitvoering van de twee GHOR-processen (Acute Gezondheidszorg en Publieke gezondheidszorg), bestuurlijke consequenties in het GBT/RBT.
- - Bewaakt de samenhang tussen de twee GHOR processen in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen en impact.
- - Adviseert het GBT/ RBT vanuit GHOR-perspectief over multidisciplinaire strategische beleidsbeslissingen. En laat zich hiervoor door de ACGZ (Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg) en andere experts (waaronder GAGS en arts infectieziekten) informeren over de veiligheidssituatie van de bevolking en adviseert GBT/RBT over te nemen strategische beleidsbeslissingen hieromtrent.
- – Treedt publiekelijk op bij persaangelegenheden op verzoek van de burgemeester of voorzitter veiligheidsregio.
- – De DPG onderhoudt bij (dreigende) crises contacten met partners in de acute en publieke gezondheidszorg, waaronder de rijksheer van VWS, departementaal crisiscentrum VWS, de liaisons in het Nationaal Crisiscentrum (NCC), het RIVM en met collega DPG’en van buurregio’s.
- – De DPG moet goed weten met welke vraagstukken een burgemeester te maken heeft in zijn bestuurlijke rol en hoe de DPG hem hierbij kan blijven adviseren. Hij moet zich kunnen verplaatsen in de bestuurlijke dilemma’s en hierbij het gezondheidsbelang behartigen en de crisis/ incident kunnen duiden binnen maatschappelijke ontwikkelingen en context.
- – De DPG is de adviseur vanuit de witte kolom en dit vereist rolvastheid:
- - begrijpt welk belang en rol een andere kolom heeft en houdt hier rekening mee. De DPG kan onoverbrugbare tegenstellingen hierin verwoorden.
- - is zich bewust van eigen grenzen en expertise. Trekt geen onderwerpen naar zich toe die dit overschrijden en staat voor zijn advies.
- – De DPG is standvastig in zijn gezondheidsadvies en kan een besluit waarin het advies niet of deels wordt opgevolgd, accepteren.
- – Stimuleert medewerkers in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.
- – Draagt de visie en missie van de organisatie uit en stimuleert anderen dit ook te doen.
- – Stelt kaders waarbinnen leidinggevenden afspraken kunnen maken met medewerkers.
- – Stuurt teams en/of afdelingen aan op basis van resultaten en gevoel voor de balans tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.
- – Heeft oog voor en anticipeert op relevante ontwikkelingen in de omgeving van de organisatie en vertaalt deze in beleid.
- – Identificeert de achterliggende oorzaken van complexe problemen.
- – Schat de afbreukrisico’s in ten aanzien van de verschillende oplossingsrichtingen.
- – Houdt rekening met diverse belangentegenstellingen zowel binnen als buiten de organisatie.
- – Weet draagvlak te krijgen voor een oplossingsrichting.
- – Bekijkt ingewikkelde vraagstukken vanuit diverse invalshoeken.
- – Gebruikt houding en overwicht (non-verbaal gedrag) om anderen te overtuigen en in beweging te brengen.
- – Heeft een zeer actieve en aanstekelijke houding.
- – Straalt uit dat hij/zij gelooft in de eigen voorstellen.
- – Blijft consequent en volhardend bij tegenstand of tegenwerking, zonder te vervallen in een dogmatische of rigide opstelling.
- – Speelt proactief in op ontwikkelingen uit de omgeving die van invloed kunnen zijn op de organisatie.
- – Voert een constructieve discussie met belangenpartijen en stakeholders.
- – Anticipeert snel op wensen vanuit politiek bestuur.
- – Komt met initiatieven die blijk geven van inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
- – Vertaalt maatschappelijke en politiek/economische ontwikkelingen naar consequenties en realistische voorstellen voor het eigen aandachtsgebied en belangen van de eigen organisatie.
- – Geeft vorm aan uiteenlopende en soms complexe samenwerkingsverbanden.
- – Houdt vast aan een gemeenschappelijke richting met oog voor de verschillende partijen.
- – Overziet verschillende inbrengen, opinies en belangen en is in staat deze in te passen in een gemeenschappelijke richting.
- – Is een bindende factor.
- – Zet grote lijnen uit en spreekt de individuele ‘spelers’ op hun eigen bijdrage aan.
- – Stressbestendigheid
- – Flexibiliteit
- – Integriteit
- 1. is aangewezen door de Directeur Publieke Gezondheid voor zover het de GHOR-taken betreft (DPG) als het daartoe bevoegde gezag en opereert op tactisch niveau. Hij wordt monodisciplinair ingezet op basis van regionale afspraken. In de regel is dit vanaf activering van het regionaal operationeel team (ROT) (GRIP 2). De HAG functie kan bij behoefte vanuit bijvoorbeeld de Officier van Dienst Geneeskundig (OvD-G) ook worden ingezet bij activering van het commando plaats incident (CoPI) (GRIP1) of mono-opschaling.
- 2. is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsafspraken en legt verantwoording af aan en ontvangt functioneel leiding van, en legt verantwoording af aan de ACGZ. De HAG functionaris geeft functioneel leiding aan de OvD-G.
- 3. coördineert het proces acute gezondheidszorg dat bestaat uit de deelprocessen triage, treatment en transport van slachtoffers en daarmee verantwoordelijk voor de voortgang, coördinatie en aansturing van het proces acute gezondheidszorg.
- – Coördineren van het proces acute gezondheidszorg, wat betreft de deelprocessen triage, treatment en transport van slachtoffers.
- - inzetten van de juiste mensen en juiste middelen (in de juiste aantallen) op de juiste plaats en het juiste tijdstip.
- - scheppen en aangeven van kaders waarin werk wordt uitgevoerd en hierbij duidelijk verwachtingen aangeven.
- - voortgangsbewaking op het proces acute gezondheidszorg. en het controleren van en aanspreken op (niet nagekomen) afspraken.
- – Sturen op de kwalitatieve en kwantitatieve output van het proces acute gezondheidszorg.
- – Functioneel leidinggeven aan de OvD-G.
- – Monitoren van de samenwerking met relevante partners zoals Mobiel Medische Teams, ziekenhuizen, ambulancediensten, huisartsen(posten), Gezondheidskundig Adviseurs Gevaarlijke Stoffen (GAGS) binnen het proces acute gezondheidszorg.
- – Analyseren van scenario’s op de korte, middellange en lange termijn t.b.v. maatregelen en besluitvorming binnen het proces acute gezondheidszorg. Vooral gevoed vanuit het contact met de OvD-G, relevante functionarissen van de Meldkamer Ambulancezorg en de ACGZ.
- – Vertalen van opdrachten van de ACGZ naar tactisch/operationele opdrachten voor de OvD-G.
- – De ACGZ en de OvD-G staan vanuit de huidige praktijk direct met elkaar in verbinding. De HAG functionaris is een rol tussen de betreffende rollen. De ACGZ en de OvD-G kunnen dit ervaren als een extra ‘schakel’. Dit vraagt om een goede taakafbakening en concrete werkafspraken tussen genoemde rollen. De functie HAG is in veel regio’s gesplitst en ondergebracht bij andere functionarissen (veelal de ACGZ en de OvD-G).
- – De HAG functionaris geeft functioneel leiding aan de OvD-G, de Informatiecoördinator Meldkamer Ambulancezorg en de Logistiek Coördinator Meldkamer Ambulancezorg. In andere situaties kunnen dit directe collega’s of leidinggevenden zijn. De HAG functionaris moet daarbij in staat zijn opdrachten en instructies te geven met behoud van collegiale werkrelaties.
- – In een opgeschaalde ‘dagelijkse situatie’ krijgt de HAG functionaris de functionele leiding over de deelprocessen zoals beschreven in de GGB-leidraad. Hiervoor moet mandatering van de bevoegdheden van de HAG functionaris vooraf geregeld zijn, bijvoorbeeld t.a.v. de inzet van capaciteit en middelen van de RAV. Ook mandatering t.a.v. de bevoegdheden in relatie tot de directie RAV en de DPG dienen vooraf te zijn geregeld voor een adequate uitvoering van de rol.
- – Tegelijkertijd is de HAG functionaris tijdens de uitvoering van zijn rol afhankelijk van de OvD-G, de Informatiecoördinator Meldkamer Ambulancezorg en de Logistiek Coördinator Meldkamer Ambulancezorg. De vakbekwaamheid van betreffende rollen moet binnen de GHOR-organisatie geborgd zijn.
- – De HAG functionaris heeft geen directe contacten met (zorg)ketenpartners, aangezien deze taken vanuit het proces acute gezondheidszorg worden uitgevoerd door de TV-transport (deelproces GGB-structuur) op de Meldkamer Ambulancezorg en het hoofd Logistiek van de Ambulancezorg (CriCo RAV). Hij is echter wel verantwoordelijk voor de uitvoering en moet ook toezien dat dit (lees de uitvoering) gebeurt.
- – Informeren en adviseren van de ACGZ omtrent:
- - de voortgang, besluiten en dillema’s binnen het proces acute gezondheidszorg, met als deelprocessen de triage, treatment en transport van slachtoffers.
- - verdere opschaling.
- – Zorgen voor een nabespreking en evaluatie met de OvD-G en de relevante functionarissen van de Meldkamer Ambulancezorg, direct aansluitend aan de inzet als basis voor een terugkoppeling naar de ACGZ.
- – Aanleveren gegevens aan de ACGZ voor mono- en multidisciplinaire evaluaties.
- – Deelnemen aan en adviseren binnen de stafsectie geneeskundige zorg ter behartiging van de belangen van het proces acute gezondheidszorg.
- – De HAG functionaris is verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen en adviseren met mogelijk verstrekkende gevolgen op basis van mogelijk onvolledige informatie. En moet dit risico voor zichzelf kunnen accepteren en gemaakte keuzes kunnen verantwoorden aan de ACGZ. Bij enige twijfel, mede gelet op de aard van het incident overlegt de HAG functionaris met de ACGZ. Indien dit niet mogelijk is neemt de HAG functionaris maatregelen om verlies van levens of onnodige gezondheidsschade te voorkomen. De ACGZ komt op voor de belangen van de geneeskundige kolom binnen het multidisciplinaire veld. Wanneer de omstandigheden daarom vragen kan het belang vanuit de geneeskundige kolom een lagere prioriteit krijgen t.o.v. belangen van andere kolommen. De ACGZ zal de consequenties daarvan moeten aanvaarden en verwerken in het plan van aanpak.
- – De ACGZ en de OvD-G zijn als GHOR vertegenwoordigers betrokken in multidisciplinaire teams. Voor de HAG functionaris geldt dit niet. Heeft de HAG functionaris relevante multidisciplinaire informatie vanuit de OvD-G, zal dit altijd aan de ACGZ worden doorgegeven.
- – Stimuleert medewerkers mee te denken en biedt daarvoor ruimte.
- – Maakt de individuele bijdrage van medewerker aan het resultaat van de organisatie inzichtelijk.
- – Stuurt op basis van resultaten.
- – Bevordert een productieve en stimulerende werkomgeving.
- – Draagt de visie, missie en doelstellingen van de organisatie uit.
- – Legt dwarsverbanden. Betrekt ideeën uit verschillende disciplines bij het oplossen van een probleem.
- – Ziet de relatie tussen feiten en de mogelijke oorzaken en gevolgen.
- – Geeft aan welke informatie vereist is voor een goede beeldvorming en gebruikt effectieve
- – methoden teneinde de relevante informatie te vergaren.
- – Onderzoekt alternatieven om zich een oordeel te vormen.
- – Omschrijft realistische scenario's met relaties tussen oorzaak en gevolg.
- – Brengt mogelijke handelwijzen in beeld.
- – Weegt gegevens en/of handelwijzen op juiste wijze af.
- – Scheidt relevante criteria van irrelevante criteria.
- – Komt met een goed afgewogen oordeel.
- – Heeft aandacht voor en kennis van maatschappelijke of andere ontwikkelingen binnen het directe werkveld en speelt daar op in.
- – Onderhoudt goede contacten met collega's.
- – Houdt de ontwikkelingen en kennis op het eigen werkveld goed bij.
- – Is op de hoogte van wat er speelt op andere afdelingen.
- – In discussies weet hij/zij instemming voor zijn/haar standpunt te verkrijgen van anderen.
- – Weet zijn/haar standpunt te verkopen.
- – Weet op tegenwerpingen een logisch antwoord te geven.
- – Presenteert, overlegt en discussieert op een zorgvuldige heldere manier.
- – Stelt vragen om erachter te komen op welke manier de gesprekspartner(s) tevreden zou(den) zijn.
- – Stressbestendigheid.
- – Flexibiliteit.
- – Integriteit.
- 1. is lid van de sectie geneeskundige zorg, is hoofd van de taakorganisatie Informatie en kan monodisciplinair ingezet worden op basis van (regionale) inzetcriteria en/of verzoek van de ACGZ.
- 2. is multidisciplinair actief vanaf activering van het regionaal operationeel team (ROT). Er kunnen redenen zijn om de HIN-Gz-functie te vervullen indien geen sprake is van een dergelijke activering, bijvoorbeeld bij een sluimerende of langdurige crisis.
- 3. is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling en is aangewezen door het daartoe bevoegde gezag. De HIN-Gz functionaris ontvangt functioneel (operationeel) leiding van en legt verantwoording af aan de Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg (ACGZ).
- 4. is verantwoordelijk voor de informatieverzameling en -bundeling vanuit de witte kolom en de duiding van die informatie richting ROT. De HIN-Gz functionaris duidt de informatie vanuit de witte kolom richting informatiemanager ROT. De HIN-Gz functionaris geeft functioneel leiding aan de taakorganisatie informatie en geeft functioneel leiding aan de informatiecoördinatoren zorginstellingen.
- – Regie voeren over en samenstellen van een gedeeld geneeskundig beeld van het incident, gebaseerd op informatie van informatiecoördinatoren zorginstellingen, van hoofden taakorganisaties acute zorg en publieke zorg en op preparatieve data uit diverse informatiesystemen.
- - Analyseren en verifiëren van de verkregen informatie, en het maken van een mono- en multidisciplinair onderscheid daarbij.
- - Zorgdragen voor relevante informatie die aan het geneeskundig beeld kan worden toegevoegd.
- - Het (laten) vullen en het up-to-date houden van het gedeeld geneeskundig beeld.
- - Het verwerven, verwerken, verrijken en verstrekken van informatieproducten betreffende de geneeskundige zorg.
- – Analyseren van beschikbare planvorming als bijdrage aan de beeld-, oordeels- en besluitvorming.
- – Delen van informatie met partners in de witte kolom op basis van vooraf vastgestelde informatiebehoefte.
- – Functioneel leidinggeven aan de taakorganisatie informatiemanagement.
- – Het aanleveren van informatie ten behoeve van de beeld-, oordeels- en besluitvorming.
- – De HIN-Gz functionaris staat voor de opgave uit een veelheid van informatie, van verschillende bronnen, de juiste informatie te filteren en deze gedoseerd en op het juiste moment met de juiste personen te delen. Zowel te veel als te weinig informatie kan een negatieve invloed hebben op de besluitvorming. Het maken van afspraken over de informatiebehoefte met zorginstellingen in de ‘koude fase’ levert een belangrijke bijdrage voor het filteren van de juiste informatie door de HIN-Gz functionaris, ten tijde van een incident.
- – De HIN-Gz functionaris is in staat de informatie op betrouwbaarheid te beoordelen. Zowel onjuiste informatie, als het te lang bezig zijn met het verifiëren van informatie kan van negatieve invloed zijn op de besluitvorming.
- – Het aanleveren van relevante monodisciplinaire informatie bij de informatiemanager ROT.
- – Het brengen en halen van informatie bij, en het actief afstemmen met de hoofden Informatie van de andere kolommen.
- – De HIN-Gz functionaris vergaart, verwerkt en deelt vertrouwelijke informatie. De vertrouwelijkheid van informatie kan botsen met de noodzaak informatie te delen ten behoeve van de (multidisciplinaire) besluitvorming en inzet. Hij adviseert de ACGZ over de afwegingen die hierin gemaakt moeten worden. Verantwoording hierover vindt achteraf plaats. Het kan van belang zijn snel over cruciale informatie te beschikken. Hiervoor zal hij contacten en samenwerkingsrelaties moeten kennen en gebruiken, met inachtneming van de urgentie maar tevens met behoud van de relatie.
- – Complicerende factor is dat de HIN-Gz functionaris geen hiërarchische verhouding heeft met de informatiebronnen.