Art. 13 Regeling Financieel Mandaat RDW

Regeling Financieel Mandaat RDW

a. Aan de Directie blijven voorbehouden:

– het kwijtschelden van vorderingen;

– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;

– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 8, 9 en 10 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;

– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.

b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden:

– aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.