Bijlage 1 Uitvoeringsregeling Tijdelijke wet pilot loondispensatie: : beslisschema behorende bij artikel 3 van deze regeling

Uitvoeringsregeling Tijdelijke wet pilot loondispensatie

Vraag 2a, 2b en vraag 3 zijn uitgewerkt in een aantal criteria. De gedachtegang is als volgt: Doel vraag 1: Vaststellen of de cliënt beperkingen heeft bij algemene dagelijkse levensverrichtingen. Toelichting beleidskader: Vraag 1 van het toetsingskader heeft betrekking op het begrip ‘beperkingen’. Beperkingen in het kader van de toegangstoets zijn – in de persoon gelegen – moeilijkheden die de cliënt ervaart in het dagelijks leven. Strikt genomen is het niet van belang vast te stellen welke stoornis (afwijking in of verlies van functies of anatomische eigenschappen) aan de beperkingen ten grondslag ligt. Dit behoort in beginsel niet tot de expertise van het college. Bij deze vraag gaat het om een goed zicht op de belemmeringen die de cliënt in het dagelijkse leven ervaart, pas bij de tweede vraag worden die belemmeringen in de context van werk bezien. Psychosociale beperkingen duiden op de samenhang tussen het psychisch functioneren van een persoon en diens functioneren in interactie met de sociale omgeving. Het gaat om die situaties waarin sociale problematiek de psychische beperkingen versterkt en situaties waarin de psychische beperkingen extra sociale problematiek met zich meebrengen. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om agressief gedrag, onrustig gedrag en delinquent gedrag, dwangmatig gedrag, extreme teruggetrokkenheid, suïcidaliteit, gezinsproblemen, huiselijk geweld, schuldenproblematiek en verslaving. Voor de beantwoording van deze vraag, is de cliënt veelal de belangrijkste informatiebron. Eventueel kan het college beslissen een deskundige (arts of psycholoog) in te schakelen voor het vaststellen van de aard of de aanwezigheid de beperkingen. Ook andere bronnen (bijvoorbeeld informatie van ketenpartners, bv. UWV/WERKbedrijf) kunnen aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van beperkingen. Doel van vraag 2: Vaststellen of de beperkingen die de cliënt heeft of ervaart consequenties hebben voor de uitvoering van werk, en of deze beperkingen gecompenseerd kunne