Art. 68 Kadasterregeling 1994, Wijze van bijwerking van de kadastrale kaarten: perceelsvorming
1. Percelen worden zo veel mogelijk op een zodanige wijze gevormd dat de grenzen daarvan rechtsgrenzen zijn.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen afzonderlijke percelen worden gevormd, indien dit in verband met toekomstige wijziging in de rechtstoestand of in verband met bestemming en gebruik gewenst is.
3. Er worden niet meer percelen gevormd dan strikt nodig is.