Art. 9 Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder, (overgangsbepalingen)

Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder

Indien een gerechtsdeurwaarderskantoor op het tijdstip van in werking treden van deze verordening niet beantwoordt aan de eisen die voortvloeien uit deze verordening, is iedere daarin werkzame gerechtsdeurwaarder gehouden om onverwijld een plan voor te leggen aan het bestuur van de KBvG, dan wel aan een op grond van artikel 73 van de Gerechtsdeurwaarderswet ingesteld orgaan dat daarvoor door het bestuur van de KBvG is aangewezen, om binnen een redelijke termijn alsnog te voldoen aan de verordening.