Art. 3.21 Regeling op het specifiek cultuurbeleid, Subsidieplafonds

Regeling op het specifiek cultuurbeleid

1. Voor subsidieverstrekking op grond van de artikelen 3.16 tot en met 3.20 zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar:

a. voor een instelling als bedoeld in artikel 3.16, tweede lid, in de regio Noord: € 8.102.600;

b. voor een instelling als bedoeld in artikel 3.16, tweede lid, in de regio Oost, gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam gezamenlijk en de regio Zuid: € 9.459.400;

c. voor een instelling als bedoeld in artikel 3.16, tweede lid, in de gemeente Amsterdam: € 8.407.500;

d. voor een instelling als bedoeld in artikel 3.17: € 13.517.700;

e. voor een instelling als bedoeld in artikel 3.18: € 5.600.400;

f. voor een instelling als bedoeld in artikel 3.19: € 4.956.600; en

g. voor instellingen als bedoeld in artikel 3.20: in totaal € 7.167.200.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a, b of c, is ten hoogste 110 procent van het daar genoemde bedrag beschikbaar voor ten hoogste één instelling die zich:

a. internationaal onderscheidt door een excellent uitvoeringsniveau; en

b. profileert op de relevante internationale concertpodia.