Art. 1 Regeling subsidiëring stagebegeleiding educatieve minoren in het voortgezet onderwijs 2009–2012, Begripsbepalingen

Regeling subsidiëring stagebegeleiding educatieve minoren in het voortgezet onderwijs 2009–2012

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. bevoegd gezag: bevoegd gezag van een bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

c. universiteit: een universiteit als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs;

d. educatieve minor: die minor waarmee, na het met goed gevolg afronden van zowel de minor als een vakbachelor die opgenomen is op de verwantschapstabel, een onderwijsbevoegdheid kan worden verkregen.

e. aanvrager:  het bevoegd gezag;

f. verwantschapstabel: de verwantschapstabel, opgenomen in de bijlage bij de Regeling verwantschapstabel educatieve minor;

g. stagiair: de persoon die in een studiejaar ingeschreven staat voor een wo-bacheloropleiding die is opgenomen op de verwantschapstabel en bij de aanvrager het praktijkdeel van een binnen die bacheloropleiding gevolgde educatieve minor vervult;

h. stageplaats: een stage aan een school voor voortgezet onderwijs in het kader van het volgen van een educatieve minor;

i. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daarop volgende jaar;

j. studiepunten: studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

k. subsidie: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 85a van de Wet op het voortgezet onderwijs.