Art. 4.21 Mor, Beperkte verandering inrichting

Regeling omgevingsrecht (Mor)

Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de wet, vermeldt de vergunninghouder:

a. de vergunning of vergunningen krachtens welke de inrichting is opgericht dan wel in werking is;

b. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan;

c. gegevens waaruit blijkt van welke onderdelen en in welke mate van de onder a bedoelde vergunning of vergunningen en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften wordt afgeweken;

d. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen verandering te verwezenlijken;

e. gegevens waaruit blijkt dat:

1°. de beoogde verandering van de inrichting of van de werking daarvan niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan;

2°. geen verplichting bestaat tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer;

3°. het veranderen niet leidt tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend.

Uitspraken die dit artikel aanhalen