Art. 2.3 Mor, Planologische voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften bouwverordening
In of bij de aanvraag om een vergunning voor een bouwactiviteit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden ten behoeve van de toetsing aan het bestemmingsplan of de beheersverordening, en, voor zover van toepassing, de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening:
a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie;
b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;
c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het (deel van het) bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;
d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak, alsmede de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde, de wijze waarop het terrein ontsloten wordt, de aangrenzende terreinen en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;
e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen;
f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein;
g. gegevens en bescheiden welke samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit in een gebied met een agrarische bestemming;
h. overige gegevens en bescheiden welke samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan een bestemmingsplan, beheersverordening dan wel een besluit als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening;
i. indien dat is voorgeschreven in het bestemmingsplan: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;
j. gegevens en bescheiden welke samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan een exploitatieplan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1602
- ABRvS 12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:869
- ABRvS 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3504
- ABRvS 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2019
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:840
- ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2877
- ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2086
- Rb. Midden-Nederland 18 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3186
- ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1398
- ABRvS 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5861
- ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4640
- ABRvS 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3015
- ABRvS 14 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1653
- ABRvS 11 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1794
- ABRvS 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1473
- ABRvS 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:780
- ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1180
- ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1292
- ABRvS 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:848
- ABRvS 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3823