Bijlage 3 Regeling groenprojecten 2010: , behorende bij artikel 2, onderdeel i, onder 5°, van de Regeling groenprojecten 2010
(Eisen ten behoeve van nieuwe duurzame binnenvaartschepen) De maatregelen en voorzieningen die in de bijlage staan vermeld zijn cumulatief vereist, tenzij uit de tekst duidelijk blijkt dat er sprake is van keuze uit de daar aangegeven alternatieven. De eigenaar van het schip dient met behulp van meetrapporten of certificaten aan te tonen dat aan de vereiste specificaties wordt voldaan. De hoofdmotor dient te bestaan uit één van de volgende alternatieven: De romp van het schip dient te zijn voorzien van: De aandrijving/voortstuwing: Het stuurwerk dient te voldoen aan de volgende eisen: Het schip dient te zijn voorzien van de onderstaande maatregelen: Eén van de onderstaand maatregelen:
- 1.a, elektromotor, of vloeibaar aardgasmotor (LNG) of samengeperst aardgasmotor (CNG), die indien het een verbrandingsmotor betreft is voorzien van NoNOx systeem;
- 1.b, dual fuel motor: een motor die werkt op basis van een mengsel van diesel (5%) en aardgas (95% als brandstof);
- 1.c, motor die voldoet aan de eisen gesteld aan motoren van de CCR fase 2 en voorzien is van een nageschakeld systeem voor deeltjesverwijdering (roetfilter) met een rendement van ten minste 90% en een SCR-DeNOx-systeem ter reductie van NOx uitworp met een rendement van ten minste 75%;
- 1.d, motor die voldoet aan de eisen gesteld aan de motoren van de CCR fase 3;
- 1.e, diesel-geïntegreerd elektrisch systeem voor voorstuwing en de overige vermogensbehoefte.
- 2.1, Indien het hulpvermogen niet gegenereerd wordt door een diesel-geïntegreerd electrisch systeem dient het te worden opgewekt door een systeem als genoemd onder onderdeel 1 onder 1.a of 1.b of 1.c of 1.d van deze bijlage.
- 2.2, Ten behoeve van het hulpvermogen dient aansluitvoorziening voor het betrekken van walstroom aanwezig te zijn.
- 3.a, milieuvriendelijke antifouling welke biocidevrij en niet-toxisch is voor waterorganismen en waarbij de PEC/PEN-ratio, Predicted Environmental Concentration / Predicted No Effect Concentration, voor ten minste 2 voor het eco-systeem maatgevende waterorganismen bepaald volgens de Biocidenrichtlijn (98/8/EC) niet meer dan 1 bedraagt. De PEC/PEN-ratio staat gedefinieerd in de genoemde Biocidenrichtlijn (98/8/EC);
- 3.b, glad afgewerkte ankers en kluizen,
- 3.c, beschermingssystemen tegen corrosie die geen zinkhoudende offeranodes bevatten.
- 4.a, dient as-loos te zijn te of de afdichting van de schroefaskoker dient te geschieden met een watergesmeerde afdichtingsinstallatie of te werken met een afdichting van een systeem dat gesmeerd wordt met biologisch afbreekbare smeermiddelen;
- 4.b, ten behoeve van de aandrijving dient één van de volgende technieken te worden toegepast:
- – roerpropellor: constructie, waarbij de schroef is bevestigd aan een verticale as, die 360 graden gedraaid kan worden, of
- – een contraroterende roerpropellor, of
- – een straalbuis: schroef die aangebracht is in een koker, of
- – een Vector oppervlakteschroef, of
- – een aangepaste keerkoppeling bij dubbele scheepsschroef die het mogelijk maakt dat bij het varen met één aangedreven schroef de niet aangedreven schroef vrij kan meedraaien;
- 5.a, de afdichting van de hennegatkoker dient te geschieden met een watergesmeerde afdichtinginstallatie, danwel met een afdichtingssysteem dat gesmeerd wordt met biologisch afbreekbare smeermiddelen;
- 5.b, energiebesparend roersysteem bestaande uit:
- – een spoilersysteem (per schroef twee roerensysteem met vaste spoiler, of
- – een drie-roerensysteem, waarbij de spoiler of het kleine middenroer is geplaatst op de hartlijn van de schroefas), of
- – een dolfijnroer, of
- – een roerpropellor of contraroterende roerpropellor systeem.
- 6.1, gescheiden opvangsysteem en opslagsysteem voor lekwater en lekolie;
- 6.2, indien het schip is voorzien van meerdere brandstofbunkers dienen deze bunker voorzien te zijn van een overvulbeveiliging die de trimpomp buiten werking stelt. Het schip dient tevens te zijn voorzien van ten minste één van de volgende maatregelen:
- 6.3, standtijdverlengingssysteem voor de olie van de hoofdmotor met behulp van een oliereinigingssysteem dat aan de motor is gekoppeld
- 6.4, automatisch vetsmeersysteem;
- 6.5, Y-shaped hull
- 6.6, een van de volgende systemen voor de behandeling van afvalwater:
- a. vuilwatertank met koppeling voor walafgifte indien er geen sprake is van een gesloten systeem;
- b. gesloten vuilwaterbehandelingsysteem
- 7.1, een geautomatiseerd routeplanningssysteem dat een snelheid adviseert die leidt tot een minimaal brandstofverbruik, afhankelijk van de vaaromstandigheden en het gewenste aankomsttijdstip, of
- 7.2, een geautomatiseerd routeplanningssysteem dat de snelheid van het schip aanpast aan de vaaromstandigheden en aan het gewenste aankomsttijdstip, leidend tot een minimaal brandstofverbruik