Art. 39 Archiefregeling, Klimaatapparatuur

Archiefregeling

1. Klimaatapparatuur ten behoeve van een archiefruimte of een archiefbewaarplaats is zodanig uitgevoerd dat

a. via de kanalen ervan geen water, stof, vuil of ongedierte kunnen doordringen; en

b. geen onderlinge besmetting van compartimenten kan ontstaan met schimmels of andere micro-organismen.

2. De deugdelijke werking van alle in een archiefruimte of archiefbewaarplaats aanwezige meetapparatuur voor relatieve luchtvochtigheid en temperatuur wordt regelmatig gecontroleerd.