Bijlage IV Loonheffingen, pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten: aanwijzing als bedoeld in onderdeel 6.1
Loonheffingen, pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten
De voorwaarden a tot en met d zijn uitgewerkt in navolgende staffels: Leeftijdsklassen tot 65 jaar Percentage van de pensioengrondslag (opbouw gericht op 2,25% per dienstjaar bij middelloonstelsel) OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP 15 tot en met 19 7,4 9,2 10,4 10,8 20 tot en met 24 8,3 10,2 11,5 12,3 25 tot en met 29 9,6 11,8 13,2 14,2 30 tot en met 34 11,1 13,8 15,3 16,1 35 tot en met 39 12,9 16,0 17,6 18,4 40 tot en met 44 15,1 18,6 20,3 21,1 45 tot en met 49 17,5 21,7 23,4 24,4 50 tot en met 54 20,5 25,5 27,1 28,1 55 tot en met 59 24,2 30,1 31,4 32,3 60 tot en met 64 28,9 35,9 36,6 36,9 De berekeningsgrondslagen van deze staffels zijn, afgezien van de rekenrente, gelijk aan de berekeningsgrondslagen en voorwaarden van de staffels zoals opgenomen in bijlage I. Deze staffels houden geen rekening met een opslag voor kosten en voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Er is sprake van netto staffels, waarbij een rekenrente is gehanteerd van 3%. In de staffels is geen kostenopslag verwerkt of premie voor de verzekering van de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Partijen kunnen de werkelijke kosten of premie afzonderlijk in rekening brengen. De vergoeding voor kosten of premie kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op ouderdoms- of partnerpensioen.
- a. De regeling behelst een premieovereenkomst in de zin van artikel 10 van de PW gericht op een fiscaal maximaal middelloonpensioen.
- b. De beschikbare premie wordt actuarieel vastgesteld per leeftijdsklasse van ten hoogste vijf jaren en wordt afgestemd op de gemiddelde leeftijd in de klasse.
- c. De regeling is maximaal gericht op een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB.
- d. De beschikbare premie wordt berekend met een rekenrente van minimaal 3% en de te verwachten inflatie wordt op nihil gesteld.
- e. Een met de ingelegde premies behaald overrendement kan alleen worden aangewend voor een fiscaal maximaal toegestane indexatie van het pensioen.
- f. In de pensioenregeling is bepaald dat het pensioen inclusief de toegekende indexatie zowel per jaar als in totaal niet uitgaat boven een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB.
- g. Restuitkeringen, in welke vorm dan ook, zijn niet mogelijk. Een na het vaststellen van het fiscaal maximale, geïndexeerde middelloonpensioen nog resterend kapitaal vervalt aan de pensioenuitvoerder. Uitkeringen als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet LB zijn dus niet toegestaan.