Bijlage 2.4.23 Subsidieregeling energie en innovatie: (Programmalijnen Smart grids)
Subsidieregeling energie en innovatie
De ambitie van het TKI S2SG is het realiseren van een significant (15%-30%) flexibeler energiesysteem door innovaties in 1) energiemanagementsystemen gericht op energie- consumenten, en 2) informatiediensten en control systems gericht op exploitanten van de energie infrastructuur. Dat resulteert in energiebesparing door bewustwording bij energieconsumenten, grote investeringsbesparingen in de energie infrastructuur en nieuwe omzet uit ‘flexibilisering’ voor nieuwe, opkomende, en ‘veranderende’ energiebedrijven. TKI S2SG zet daarbij in op het ontwikkelen van een ecosysteem waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheden samenwerken aan zowel technisch-economische als socio-economische aspecten van smart grids. De kracht van Nederland ligt bij het innoveren op systeemniveau, het werken aan oplossingen die passen in het grotere geheel en het maken van afspraken over hoe dat dan moet (standaardisatie). Een belangrijk aandachtspunt hierbij is opschaling. De TKI S2SG programmalijnen zijn op bovenstaande gericht: het faciliteren van innovaties in de ontsluiting van flexibiliteit in het energiesysteem. De innovaties zullen zorgen voor het ontstaan van product- en marktcombinaties voor energieconsumenten en voor bedrijven. De programmering van het TKI S2SG bestaat uit twee programmalijnen, die ieder weer zijn onderverdeeld in een drietal speerpunten. Projecten dienen gericht te zijn op de speerpunten binnen één programmalijn. Een project kan zich niet op meer dan één programmalijn richten. In de programmalijnen gaat het om innoveren en waarde creëren in de keten (waarbij elke stap/ product/dienst in de keten exportmogelijkheden biedt): van toeleveranciers naar leveranciers van systeemflexibiliteitdiensten naar energieconsumenten (programmalijn 1) en van toeleveranciers naar leveranciers van energie-infrastructuur-flexibiliteit-diensten naar exploitanten van de energie- infrastructuur (programmalijn 2). Zie figuur 1 met de programmalijnen in de keten. In 2020 gebruikt een s
- – beter benutten bestaande infrastructuur en lokale energieopslag;
- – integreren van decentrale duurzame productie;
- – beheersen van energiestromen (energiemanagement).
- – producten betreffen het (near) real time managen van de energievraag (demand response) voor klein, middelgrote en grootverbruikers en het managen van gedecentraliseerd aanbod op verschillende schaalgroottes, beiden in combinatie met het benutten van opslag en conversie. Naast technologie is de aandacht ook gericht op de inrichting van Lokale, Regionale, Nationale en Internationale markten die deze flexibiliteit ondersteunen;
- – eindproducten worden geleverd aan energieconsumenten.
- – beschikbaar stellen of leveren van informatie en datamanagement;
- – inzetten van prijsmechanismen en dynamische verrekeningen;
- – flexibiliseren van de energie infrastructuur.
- – producten betreffen inzicht geven in de toestand van de infrastructuren, beschikbaar stellen van informatie uit de infrastructuren en flexibeler omgaan met de infrastructuur zelf;
- – eindproducten worden geleverd aan exploitanten van de energie infrastructuur.