Bijlage 2.4.14 Subsidieregeling energie en innovatie: (Programmalijnen EnerGO)
Subsidieregeling energie en innovatie
EnerGO bevat vijf programmalijnen die in deze bijlage verder zijn toegespitst op de eerste tender van 2014. De volgende paragrafen beschrijven de inhoud van de programmalijnen. Alle programmalijnen richten zich primair op bestaande bouw, omdat daar de impact (zie beoordelingscriteria) het grootst is. Onderstaande tabel biedt een beknopt overzicht. Het overzicht en de paragrafen geven de focus aan voor deze tender binnen de programmalijnen, waarvan verwacht wordt dat met name deze goed voldoen aan de criteria. Het is mogelijk projecten van beperkte omvang in te dienen die op een andere baanbrekende wijze bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen, zoals die zijn beschreven in het programma van TKI EnerGO in de Innovatie Agenda (2013) en hoog scoren op de beoordelingscriteria. De projecten dienen bij te dragen aan het (versneld) bereiken van de energiebesparingsdoelstellingen voor de gebouwde omgeving: De tenderregeling stimuleert doorbraken gericht op deze energiedoelen in combinatie met het creëren van additionele economische activiteit en groei van werkgelegenheid. De vijf programmalijnen van EnerGO staan in onderstaande tabel. Deze tender richt zich op de programmalijnen 3, 4 en 5. 1. Duurzame Compacte Conversietechnologie Niet in deze eerste tender van 2014. Focus voor de tweede ronde in 2014 verwacht op: Duurzame compacte conversie, met name kleine, hoog efficiënte componenten en warmtepompen geschikt voor bestaande bouw 2. Compacte Opslag Niet in deze eerste tender van 2014. Focus voor de tweede ronde in 2014 verwacht op: Compacte verliesvrije thermische opslag, met name materialen, componenten, reactoren voor thermochemische opslag geschikt voor bestaande bouw 3. Regeling Energieprestatie en Control Zelf-lerende intelligente regelsystemen, gericht op optimalisatie op mens cq vertrekniveau van gezondheid, comfort en energiegebruik/duurzame opwekking. Technische innovaties in combinatie met nieuwe energiediensten of gericht op energieprestatiegarantie conc
- – halvering van het totale energiegebruik in de gebouwde omgeving in 2035,
- – energie neutrale gebouwde omgeving medio deze eeuw,
- – energie neutrale nieuwbouw (woningbouw en utiliteit) in 2020, en
- – 35% CO2 emissiereductie ten opzichte van 1990 in 2020.
- • Primaire aandacht voor de bestaande bouw (woningen + utiliteit)
- • Specifiek gericht op thermische energie (warmte/koude)- duurzame opwekking, opslag , distributie en regeling
- • Opslag van warmte en koude en integrale aanpak voor uiteindelijk energie-neutraliteit op gebiedsniveau
- • via sensor en sensornetwerk technologie energie/gebouwbeheersystemen voeden met informatie ook uit andere systemen over (toekomstige) omstandigheden;
- • combineren van real-time performance monitoring met (PV) energie aanbod voorspellingen (met meteorologische data) en demand side management;
- • slimme ict en algoritmes voor laag energiegebruik bij gelijktijdig individueel comfort van mensen met verschillende behoeften;
- • van regeling met een groot gebouwenergiesysteem naar regeling met lokale actuatoren (link met programmalijnen ‘Multifunctionele bouwdelen’ en ‘Duurzame compacte conversietechnologie’);
- • regelingen die de waarde van gegenereerde energie (mn zon PV) maximaliseert en energie inkoop kosten minimaliseert (slim regelen van gebruik, opwekking, conversie en opslag), in interface met smart grids.
- • zelf-lerende intelligente regelsystemen, gericht op optimalisatie op mens cq vertrekniveau van gezondheid, comfort en energiegebruik/duurzame opwekking;
- • technische innovaties in combinatie met nieuwe energiediensten of gericht op energieprestatiegarantie concepten.
- • esthetisch, architectonisch aantrekkelijk;
- • economisch verantwoord, zichzelf tijdig terugverdienen in vastgoedwaarde; en/of energiebesparing en energieopbrengst;
- • simpel en effectief op nieuwe ketensamenwerking en industrieel bouwen;
- • gebruiksvriendelijk;
- • toevoegen van extra voordelen, zoals lokaal comfort (per ruimte).
- • gebouwschil functies integreren: integratie van (bouw)fysische functies (constructief, buitenhouden ongewenst klimaat, geluid) met installatie/klimaat functies (verwarmen, koelen en ventileren en ook licht) en duurzame opwekkingsfuncties;
- • integratie van multifunctionele en adaptieve afwerkingen, coatings en componenten;
- • snel te monteren en vervangen, ook op onderdelen;
- • gestandaardiseerd maatwerk (‘mass customization’), flexibel in maatvoering, kleur en vorm.
- • gebouwschil die op een innovatieve manier minimaal drie van de volgende functies combineert: isoleert, opwekt, opslaat, regelt en ventileert voor industrieel verbouwen van utiliteitsgebouwen (w.o. gezondheidzorg, onderwijs, kantoren);
- • multifunctionele bouwdelen voor renovatie van woningen die zowel qua (energie) prestatie en prijs aantoonbaar beter zijn dan reeds beschikbare (NL en/of internationale) concepten. Dit dient in het voorstel te worden aangetoond.
- • benutting, koppeling en opslag van lokaal potentieel via opslag op gebiedsniveau;
- • ontwikkeling ondergrondse opslag op midden temperatuur niveaus;
- • combinaties van energiewinning met andere functies, met name bodemsanering, waterwinning en waterzuivering,zodat vervuiling niet onbedoeld verspreidt en kosten worden gedeeld;
- • optimale ontwerpen van lokale energie systemen (inclusief opschaalbaarheid en financierbaarheid), die afwegingen mogelijk maken over uitvoering en noodzaak voor aanpassing van warmte- of gasnetten en elektriciteitsnetten gericht op een energieneutrale gebouwde omgeving medio deze eeuw.
- • Het gaat in deze programmalijn om cruciale innovaties bovenop bestaande ervaringen.
- • opslag op hogere dan nu reguliere temperatuur (>=30C) in ondergrond (gedrag ondergrond);
- • ondiepe geothermie, waarbij warmte wordt onttrokken van 30- 40C op een diepte tussen de 500 en 1000 m;
- • concepten en tools voor optimalisatie en omvorming van lokale (of individuele) warmte- en koudesystemen naar collectieve netwerken;
- • concepten en tools voor optimalisatie en transitie van lokale energienetten. Aandacht hierbij voor mogelijke besparing op kosten van renovatie op niveau van het energiesysteem door: aanpassing van netten, effecten van verandering in energiedrager, lokale energiebesparing, duurzame opwekking en/of opslag.