Art. 3.4.3 Subsidieregeling energie en innovatie, Risico’s dekken voor aardwarmte
Subsidieregeling energie en innovatie
1. De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is twee jaar.
2. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. uit het geologisch onderzoek blijkt dat de geschatte kans op het realiseren van het verwachte vermogen kleiner is dan 90 procent;
b. op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie geen vergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet is afgegeven voor het betreffende gebied;
c. in het projectplan niet aannemelijk is gemaakt dat het aardwarmteproject of diep aardwarmteproject binnen twee jaar na voltooiing van de boringen zal leiden tot de start van toepassing van aardwarmte in Nederland;
d. het verwacht vermogen lager is dan 2 MW.
3. Bij de beoordeling van de aanvragen wint de minister advies in van TNO.