Bijlage II Regeling dubbeltelling betere biobrandstoffen: – Format voor het overleggen van informatie t.b.v. dubbeltelling biobrandstoffen als bedoeld in artikel 3, eerste lid

Regeling dubbeltelling betere biobrandstoffen

Vul in de onderstaande tabel de waarden in van de grondstof die is gebruikt voor productie van biobrandstof. Indien de grondstoffensamenstelling kan fluctueren: Component Eenheid Waarde (eventueel ook minimum en maximum) Bron van de waarde Drogestofgehalte % van totale gewicht Organische droge stof % van droge stof Zetmeel % van droge stof Cellulose % van droge stof Hemicellulose % van droge stof Suikers ¹ % van droge stof Eiwit % van droge stof Vet % van droge stof Lignine % van droge stof As % van droge stof ¹ de vrije suikers die geen onderdeel uitmaken van het zetmeel, de cellulose en de hemicellulose Beschrijf op welke wijze(n) de grondstof kan worden toegepast, buiten het gebruik als grondstof voor biobrandstofproductie. Het gaat hierbij om de grondstofsoort in zijn algemeenheid, rekening houdende met de samenstelling en met eventuele wettelijke beperkingen die aan een toepassing van deze grondstofsoort zijn opgelegd, en niet om een batch/partij grondstof waar deze aanvraag betrekking op heeft. Geef de waarde voor de reductie van broeikasgasemissie van de biobrandstof ten opzichte van de fossiele biobrandstof die hij vervangt.Geef als de grondstofsamenstelling of de (efficiëntie van) de productiewijze in de tijd varieert, ook minimum- en maximumwaarden en leg uit waarvan deze variatie het gevolg is. Ik verklaar dit formulier volledig en naar waarheid te hebben ingevuld. Naam vergunninghouder: Vergunningnummer: Adres: Postcode en plaats: Postbus: Postcode en plaats: Contactpersoon vergunninghouder: Naam: voor zover afwijkend van bovenstaand: Adres: Postcode woonplaats: Postbus: Postcode en plaats: Telefoonnummer: E-mailadres: Plaats: Datum: Ondertekening door vergunninghouder: Inspectie-instelling: Adres: Postcode en plaats: Contactpersoon: Het formulier dient te worden ingevuld voor iedere partij van een type biobrandstof (bijvoorbeeld ‘bio-ethanol uit stro’ of ‘bio-ethanol uit gewasresten van koolzaad’) waarop de wegingsfactor van artikel 2 wordt toegepast. E