Art. 2.1 Invoeringswet Waterwet, Intrekking van enige wetten
1. De artikelen 2a, 2b en 3 tot en met 11 van de Wet op de waterhuishouding vervallen.
2. Ingetrokken worden:
a. de Grondwaterwet,
b. de wet van 14 juli 1904 (Stb. 147), houdende bepalingen omtrent het ondernemen van droogmakerijen en indijkingen;
c. de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;
d. de Wet verontreiniging zeewater;
e. de Wet op de waterhuishouding en
f. de Wet op de waterkering.