Bijlage II Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen: , behorend bij artikel 24
Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen
Een bedrijf moet aan de volgende eisen voldoen om een bedrijfscertificaat te verkrijgen en te behouden: De keuringsinstantie volgt de volgende procedure voor de verlening van een bedrijfscertificaat: De keuringsinstantie beoordeelt een bedrijf na de afgifte van een bedrijfscertificaat tussentijds, als volgt: De keuringsinstantie herkeurt een bedrijf na afgifte van een bedrijfscertificaat als volgt: In de volgende gevallen wordt een bedrijfscertificaat tijdelijk of definitief ingetrokken (artikel 23, eerste lid, onder b):
- 1. Een bedrijf beschikt over voldoende en adequaat gediplomeerd personeel in relatie tot het ter zake te verwachten werkaanbod (artikel 20, eerste lid, onder b). Een bedrijf beschikt over voldoende personeel met een adequaat diploma indien: Indien een bedrijf een eenmanszaak betreft is het gestelde in de aanhef en onder a van overeenkomstige toepassing op de eigenaar.1Om te controleren of een bedrijf beschikt over ‘voldoende’ personeel in relatie tot het ter zake te verwachten werkaanbod, beoordeelt de keuringinstantie het huidige werkvolume en het verwachte werkvolume op het moment van de beoordeling.
- a. dit personeel inzetbaar is op het moment dat het werk zich aanbiedt(inzetbaarheid);en,
- b. aan dit personeel ten aanzien van de werkzaamheden voorschriften kunnen worden gegeven door een bedrijf (aansturing); en,
- c. een bedrijf te allen tijde aansprakelijk blijft voor het doen of nalaten van dit personeel (aansprakelijkheid); en
- d. minimaal één van deze personen bij haar in dienst is met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd, al dan niet in deeltijd.
- 2. Een bedrijf beschikt over de ‘noodzakelijke procedures’ (artikel 20, eerste lid, onder c), waaronder wordt verstaan dat een bedrijf, afhankelijk van de aard van de te verwachten werkzaamheden, beschikt over één of meerdere van volgende beschreven en voor het personeel beschikbare procedures:
- a. Procedure voor het installeren van het stationaire brandbeveiligingssysteem. Deze bevat minimaal de volgende punten:
- – een beschrijving van de adequate instrumenten waarmee bepaalde werkzaamheden in de procedure worden uitgevoerd;
- – voor elke procedurestap die een diploma vereist volgens artikel 2, eerste lid, wordt aangegeven dat deze alleen met het diploma mag worden uitgevoerd;
- – welke voorzieningen of technieken moeten worden toegepast tijdens de bouw van het stationaire brandbeveiligingssysteem ten behoeve van het voorkomen van lekkage zodra het stationaire brandbeveiligingssysteem in gebruik wordt genomen;
- – bepalingen voor het stationaire brandbeveiligingssysteem ten aanzien van het uitvoeren van lekcontroles overeenkomstig de EG-verordening standaardlekcontroles brandbeveiligingssystemen, zodra het stationaire brandbeveiligingssysteem hiermee is gevuld;
- b. Procedure voor het onderhouden van het stationaire brandbeveiligingssysteem dat minder dan drie kilogram gefluoreerde broeikasgassen bevat. Deze omvat minimaal de volgende punten:
- – een beschrijving van de adequate instrumenten waarmee bepaalde werkzaamheden in de procedure worden uitgevoerd;
- – voor elke procedurestap die een diploma vereist volgens artikel 2, eerste lid, wordt aangegeven dat deze alleen met het diploma mag worden uitgevoerd;
- – wanneer en hoe de lekcontrole van het stationaire brandbeveiligingssysteem plaats zal vinden;
- – indien er sprake is van lekkage wordt de lekkage onverwijld hersteld en wordt de eigenaar of gebruiker van het stationaire brandbeveiligingssysteem er op geattendeerd dat deze het brandbeveiligingssysteem binnen een maand na herstel van de lekkage opnieuw moet laten controleren;
- c. Procedure voor het onderhouden van het stationaire brandbeveiligingssysteem dat drie kilogram of meer gefluoreerde broeikasgassen bevat. Deze omvat minimaal de volgende punten:
- – een beschrijving van de adequate instrumenten waarmee bepaalde werkzaamheden in de procedure worden uitgevoerd;
- – voor elke procedurestap die een diploma vereist volgens artikel 2, eerste lid, wordt aangegeven dat deze alleen met het diploma mag worden uitgevoerd;
- – bepalingen voor het stationaire brandbeveiligingssysteem ten aanzien van het uitvoeren van lekcontroles overeenkomstig de EG-verordening standaardlekcontroles brandbeveiligingssystemen;
- – indien er sprake is van lekkage wordt de lekkage onverwijld hersteld en wordt de eigenaar of gebruiker van het stationaire brandbeveiligingssysteem er op geattendeerd dat deze het brandbeveiligingssysteem binnen een maand na herstel van de lekkage opnieuw moet laten controleren;
- d. Procedure voor het bijhouden van een logboek bij het stationaire brandbeveiligingssysteem (altijd);
- 3. Een bedrijf beschikt over ‘adequate’ instrumenten (artikel 20, eerste lid, onder c), Daaronder wordt verstaan: instrumenten die beschikbaar zijn voor het personeel en die voldoen aan de eisen gesteld in de relevante regelgeving (o.a. EG-verordening standaardlekcontroles brandbeveiligingssystemen). Dit betekent dat deze instrumenten een ijking en gevoeligheid kennen (uitgedrukt in druk, p.p.m., etc.) die minimaal aan deze eisen voldoen.
- 4. Een bedrijf beschikt over ‘voldoende’ instrumenten (artikel 20, eerste lid, onder c). Daaronder wordt verstaan dat het personeel dat verondersteld wordt gelijktijdig met deze instrumenten te werken hier ook daadwerkelijk over kan beschikken.
- 1. De keuringsinstantie stelt een formulier beschikbaar voor het aanvragen van een bedrijfscertificaat. Dit formulier omvat een beschrijving van alle bepalingen en vereisten waaraan een aanvraag moet voldoen om als aanvraag ontvankelijk te zijn. Hierin zijn minimaal opgenomen:
- a. de eisen, bedoeld in artikel 20, tweede lid;
- b. bepalingen rond het verstrekken van gegevens ten aanzien van het te verwachten werkaanbod, uitgesplitst naar het soort werkzaamheden (installeren of onderhouden) en de omvang van de te installeren of te onderhouden stationaire brandbeveiligingssystemen.
- 2. De keuringsinstantie beoordeelt of een bedrijf beschikt over:
- a. voldoende personeel dat in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in relatie tot het verwachte werkaanbod voor de komende twaalf maanden, indien een bedrijf stationaire brandbeveiligingssystemen installeert of onderhoudt;
- b. de noodzakelijke procedures conform de bepalingen, bedoeld in paragraaf 1;
- c. voldoende en adequate instrumenten om de verwachte werkzaamheden en het verwachte werkvolume in overeenstemming met de procedures uit te voeren.
- 3. De beoordeling van een bedrijf ten behoeve van de bedrijfscertificering is qua tijdsbesteding zodanig dat de keuringsinstantie in staat is deze op deugdelijke wijze uit te voeren.
- 4. De keuringsinstantie legt de resultaten van de beoordeling ten behoeve van de bedrijfscertificering schriftelijke vast.
- 5. De keuringsinstantie besluit tot het afgeven van een bedrijfscertificaat indien de resultaten van de beoordeling van de aanvraag positief zijn, dat wil zeggen dat is vastgesteld dat een bedrijf voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een bedrijfscertificaat (artikel 20).
- 6. Zodra de keuringsinstantie een bedrijf een bedrijfscertificaat heeft verleend, wordt dat bedrijf opgenomen in het betreffende register van de keuringsinstantie.
- 7. De keuringsinstantie kan als sluitstuk van de bedrijfscertificering binnen zes maanden na afgifte van een bedrijfscertificaat de functionaliteit van de door een bedrijf opgestelde procedures bezien.
- 1. De keuringsinstantie vraagt bij een bedrijf tijdig de gegevens en documenten op die nodig zijn om de tussentijdse beoordeling te kunnen uitvoeren.
- 2. Ten behoeve van de tussentijdse beoordeling beoordeelt de keuringsinstantie:
- a. of een bedrijf beschikt over voldoende personeel met een diploma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien een bedrijf stationaire brandbeveiligingssystemen installeert of onderhoudt;
- b. of het installeren en onderhouden, de lekcontroles en andere handelingen met gefluoreerde broeikasgassen in de afgelopen vierentwintig maanden zijn uitgevoerd door daartoe adequaat gediplomeerde personeel;
- c. of de voor het personeel beschikbare procedures nog steeds voldoen aan de geldende regelgeving in het geval er wijzigingen in de procedures óf in de regelgeving zijn doorgevoerd in de afgelopen vierentwintig maanden;
- d. of een bedrijf beschikt over voldoende en adequate instrumenten in het geval er een relevante toename van het werkvolume heeft plaatsgevonden of wordt verwacht voor de komende vierentwintig maanden, en of de genoemde instrumenten nog steeds in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving;
- 3. De tussentijdse beoordeling is qua tijdsbesteding zodanig dat de keuringsinstantie in staat is deze op deugdelijke wijze uit te voeren.
- 4. De keuringsinstantie informeert een bedrijf schriftelijk over het resultaat van de beoordeling.
- 5. Indien tijdens de tussentijdse beoordeling tekortkomingen zijn geconstateerd die niet direct leiden tot tijdelijke intrekking van een bedrijfscertificaat (zie paragraaf 5) bericht de keuringsinstantie een bedrijf schriftelijk dat het een periode van vier weken krijgt om de tekortkoming te herstellen.
- 6. Indien de keuringsinstantie besluit tot het tijdelijk of definitief intrekken (zie paragraaf 5) van een bedrijfscertificaat bericht zij dit schriftelijk aan een bedrijf.
- 7. Indien bij de tussentijdse beoordeling tekortkomingen waren geconstateerd, of indien een bedrijfscertificaat naar aanleiding van de tussentijdse beoordeling tijdelijk was ingetrokken en de tekortkoming nadien is hersteld, kan de keuringsinstantie als sluitstuk van de tussentijdse beoordeling binnen zes maanden na afloop van die beoordeling een aanvullende beoordeling uitvoeren.
- 1. De keuringsinstantie vraagt tijdig bij een bedrijf de gegevens en documenten op die nodig zijn om de herkeuring te kunnen uitvoeren.
- 2. Voor de herkeuring is paragraaf 2, onder 2 tot en met 4, en paragraaf 3, onder 4 tot en met 7, van overeenkomstige toepassing.
- 3. De herkeuring wordt aangevuld met een beoordeling of het installeren en onderhouden, de lekcontroles en andere handelingen met gefluoreerde broeikasgassen in de afgelopen vierentwintig maanden zijn uitgevoerd door daartoe adequaat gediplomeerde personeel.
- 1. De keuringsinstantie besluit tot het tijdelijk intrekken van een bedrijfscertificaat indien bij de tussentijdse beoordeling of de herkeuring blijkt dat:
- a. een geconstateerde tekortkoming die niet onmiddellijk leidde tot het tijdelijk intrekken van het bedrijfscertificaat niet binnen de door de keuringsinstantie gestelde hersteltermijn van vier weken is verholpen;
- b. een bedrijf niet beschikt over een persoon die een diploma heeft als bedoeld artikel 2, eerste lid, en dat bedrijf stationaire brandbeveiligingssystemen installeert of onderhoudt;
- c. een bedrijf geen van de noodzakelijke procedures, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder c, kan overleggen;
- d. een bedrijf geen van de adequate instrumenten, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder c, beschikbaar heeft voor het betreffende personeel;
- e. een bedrijf niet kan aantonen dat de afgelopen vierentwintig maanden voor de werkzaamheden waarvoor een diploma is vereist adequaat gediplomeerd personeel is ingezet.
- 2. De keuringsinstantie besluit tot het tijdelijk intrekken van een bedrijfscertificaat indien bij een aanvullende beoordeling, bedoeld in paragraaf 3, onder 7, een eerder herstelde tekortkoming opnieuw wordt geconstateerd.
- 3. Indien de keuringsinstantie besluit een bedrijfscertificaat tijdelijk in te trekken, bericht de keuringsinstantie dit schriftelijk aan een bedrijf en wordt het een termijn van maximaal acht weken gegeven om de geconstateerde tekortkoming ongedaan te maken.
- 4. De keuringsinstantie besluit tot het definitief intrekken van een bedrijfscertificaat indien de tekortkoming niet meer ongedaan kan worden gemaakt of indien een bedrijf de tekortkoming die geleid heeft tot het tijdelijk intrekken van het certificaat niet binnen de door de keuringsinstantie gestelde termijn heeft verholpen.
- 5. Indien de keuringsinstantie heeft besloten een bedrijfscertificaat definitief in te trekken bericht de keuringsinstantie dit schriftelijk aan een bedrijf.