Bijlage II Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties: , behorend bij artikel 3, zesde lid
Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties
Exameneisen aan een diploma, als bedoeld in artikel 2, eerste lid: CATEGORIEËN VAARDIGHEDEN EN KENNIS I II III IV 1 Elementaire thermodynamica 1.01 Kennis van de elementaire ISO-standaardeenheden zoals voor temperatuur, druk, massa, dichtheid, energie. T T – T 1.02 Begrip van de basistheorie van stationaire/ mobiele koelinstallaties: elementaire thermodynamica (kernbegrippen, -parameters en -processen zoals oververhitting, hogedrukzijde, compressiewarmte, enthalpie, koelwerking, lagedrukzijde, onderkoeling), eigenschappen en thermodynamische transformaties van gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen inclusief identificatie van zeotropische mengsels en vloeibare toestanden. T T – – 1.03 Gebruik van relevante tabellen en diagrammen en interpretatie ervan in de context van indirecte lekcontrole (inclusief controle van de goede werking van de stationaire/ mobiele koelinstallatie): log p/h diagram, verzadigingstabellen voor gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen, diagram van één compressiekoelkringloop. T T – – 1.04 Beschrijving van de functie van de hoofdonderdelen van een stationaire/mobiele koelinstallatie (compressor, verdamper, condensor, thermostatische expansieventielen) en de thermodynamische transformaties van de gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen. T T – – 1.05 Kennis van de basiswerking van de volgende in een stationaire/mobiele koelinstallatie toegepaste onderdelen en hun rol en belang voor preventie en identificatie van koellekkage: (a) ventielen (kogelventielen, membranen, bolventielen, ontlastventielen), (b) temperatuur- en drukregelaars, (c) kijkglazen en vochtindicators, (d) ontdooiingsregelaars, (e) systeembeschermers, (f) meetinstrumenten zoals een manifoldthermometer, (g) olieregelsystemen, (h) ontvangers, (i) vloeistof- en olieafscheiders. – – – 2 Milieueffect van gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen en bijbehorende milieuvoorschriften 2.01 Basiskennis van klimaatverandering en het Kyoto-protoco
- 1. Het examen voor elk van de in artikel 2, tweede lid, genoemde categorieën werkzaamheden omvat het volgende:
- a. een theoriegedeelte met een of meer vragen om die vaardigheid of kennis te testen, zoals in de categoriekolommen aangegeven met (T), en
- b. een praktijkgedeelte waarbij een deelnemer de bijbehorende opdrachten verricht met de relevante materialen, instrumenten en apparatuur, zoals in de categoriekolommen aangegeven met (P).
- 2. Het examen heeft betrekking op elk van de vaardigheids- en kennisgroepen 1, 2, 3, 4, 5 en 10.
- 3. Het examen heeft betrekking op minstens een van de vaardigheids- en kennisgroepen 6, 7, 8 en 9. Een deelnemer weet vóór het examen niet in welke van deze vier onderdelen hij zal worden geëxamineerd.
- 4. Indien in de categoriekolommen één vak overeenstemt met verschillende vakken (verschillende vaardigheden en kennis) in de kolom van de vaardigheden en kennis betekent dit dat het niet noodzakelijk is alle vaardigheden en kennis tijdens het examen te testen.