Art. 6 Regeling Dienst speciale interventies
Regeling Dienst speciale interventies
1. De voorzitter van het College van procureurs-generaal is bevoegd in naam van de Minister van Justitie en Veiligheid te beslissen op een verzoek tot bijstand van de bijzondere bijstandseenheid, tenzij het een situatie betreft:
a. waarvoor geen standaard inzetscenario als bedoeld in artikel 8, eerste lid, voorhanden is; of
b. waarin zich meerdere incidenten op verschillende locaties tegelijkertijd voordoen, waartussen vermoedelijk een verband bestaat; of
c. waarin op enige andere wijze een groot nationaal belang in het geding is.
2. De voorzitter van het College van procureurs-generaal brengt de Minister van Justitie en Veiligheid onmiddellijk in kennis van zijn beslissing tot bijstandverlening door de bijzondere bijstandseenheid.