Art. 19 Drinkwaterwet, De rechtsvorm van een drinkwaterbedrijf en de bevoegdheid tot goedkeuring van de tarieven en voorwaarden
1. Indien een drinkwaterbedrijf de rechtsvorm van een naamloze vennootschap heeft, zijn de artikelen 158 tot en met 164, met uitzondering van artikel 162, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
2. Uiterlijk twaalf maanden nadat deze wet in werking is getreden, legt het bestuur aan de algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de statuten voor. Artikel 154, vijfde lid, tweede en derde volzin, en zesde en zevende lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.