Bijlage 2 Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien): erkenning van o&o fondsen
Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien)
Het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat door de minister als subsidieaanvrager is erkend doet onverwijld mededeling aan de minister van omstandigheden, die van invloed kunnen zijn op de erkenning als subsidieaanvrager. De minister trekt de beschikking tot erkenning als subsidieaanvrager schriftelijk in, indien gebleken is dat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds niet langer aan een van de onderdelen van artikel 1, eerste lid, onder a tot en met f, voldoet. Een erkenning als subsidieaanvrager die is verleend op grond van de Subsidieregeling ESF 2007–2013 wordt aangemerkt als een erkenning op grond van artikel 1 van deze Bijlage.
- 1. Een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds wordt op diens verzoek door de minister als subsidieaanvrager erkend, indien:
- a. sprake is van een door vertegenwoordigers van:
- i. werkgevers en werknemers beheerd samenwerkingsverband per bedrijfstak of onderneming, of
- ii. zelfstandigen zonder personeel beheerd samenwerkingsverband per bedrijfstak;
- b. het onder a bedoelde samenwerkingsverband een stichting als bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van Burgerlijk Wetboek is;
- c. het bestuur van deze stichting bevoegd is te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
- d. het doel van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds helder is afgebakend;
- e. de meest recente jaarrekening wordt overgelegd, voorzien van een van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek afkomstige verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken; en
- f. aannemelijk is dat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds niet in betalingsonmacht verkeert of dreigt te verkeren.
- 2. De jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, is in ieder geval niet ouder dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het verzoek tot erkenning als subsidieaanvrager wordt gedaan.
- 3. Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt overgelegd:
- a. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- b. de jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, juncto het tweede lid.
- 4. Indien na de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, wordt tevens overgelegd een afschrift van de ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register neergelegde gewijzigde statuten.
- 5. De minister beslist uiterlijk vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
- 6. De minister kan reeds erkende aanvragers op elk gewenst moment verplichten de meest recente jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, te verstrekken.